Spring naar inhoud

Jaarrekening en toelichting

1. Balans per 31 december 2020

Bedragen x € 1.000

ACTIVA Ref. 31-12-2020 31-12-2019
       
VASTE ACTIVA      
       
materiële vaste activa 8.1    
onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie   17.601 19.757
       
vastgoedbeleggingen      
DAEB vastgoed in exploitatie 8.2 2.891.699 2.660.082
niet-DAEB vastgoed in exploitatie 8.2 280.489 274.893
onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.3 19.461 17.959
vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 8.3 42.858 22.339
    3.234.507 2.975.273
       
financiële vaste activa 8.4    
deelnemingen   1 1
latente belastingvordering   26.977 25.107
uitgesteld hedge-resultaat    45.589 46.669
overige vorderingen   164 178
    72.731 71.955
       
totaal vaste activa   3.324.839 3.066.985
       
VLOTTENDE ACTIVA      
       
voorraden 8.5    
vastgoed bestemd voor de verkoop   6.598 509
    6.598 509
       
vorderingen 8.6    
huurdebiteuren   2.102 1.569
vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen   0 55
overige vorderingen   574 232
overlopende activa   3.220 1.196
    5.896 3.052
       
liquide middelen 8.7 11.004 9
       
totaal vlottende activa   23.498 3.570
       
TOTAAL ACTIVA   3.348.337 3.070.555

Bedragen x € 1.000

PASSIVA Ref. 31-12-2020 31-12-2019
       
eigen vermogen 8.8    
herwaarderingsreserve   1.982.668 1.745.326
overige reserves   323.154 275.121
    2.305.822 2.020.447
       
voorzieningen 8.9    
voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen   8.478 38.612
overige voorzieningen   1.986 1.733
    10.464 40.345
       
langlopende schulden 8.10    
schulden/leningen overheid   6.490 6.955
schulden/leningen kredietinstellingen   879.744 871.731
verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   18.379 17.216
derivaten   14.210 10.707
financiele leaseverplichtingen   1.075 1.466
overige schulden   369 384
    920.267 908.459
       
kortlopende schulden 8.11    
schulden aan kredietinstellingen   0 6.535
schulden aan overheid   465 451
aflossingsverplichtingen   66.307 48.971
schulden aan leveranciers   5.076 8.814
belastingen en premién sociale verzekering   5.085 5.185
schulden terzake van pensioenen   271 252
overlopende passiva   34.580 31.096
    111.784 101.304
       
TOTAAL PASSIVA   3.348.337 3.070.555

2. Functionele winst- en verliesrekening over 2020

Bedragen x € 1.000

  ref. 2020 2019
huuropbrengsten   176.455 171.864
opbrengsten servicecontracten   7.567 7.656
lasten servicecontracten   ‑7.628 ‑7.986
overheidsbijdragen   8 7
lasten verhuur en beheeractiviteiten   ‑15.836 ‑19.926
lasten onderhoudsactiviteiten   ‑49.638 ‑57.374
overige directe operationele lasten exploitatie bezit   ‑31.217 ‑26.226
netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 9.1 79.711 68.015
       
verkoopopbrengst vastgoedportefeuille   15.046 11.318
toegerekende organisatiekosten verkoop   ‑429 ‑531
boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   ‑11.453 ‑7.972
netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 9.2 3.164 2.815
       
overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille   ‑14.443 ‑13.520
niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille   253.751 261.536
niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden   339 223
niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop   561 227
waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.3 240.208 248.466
       
opbrengsten overige activiteiten   357 527
kosten overige activiteiten   ‑196 ‑131
netto resultaat overige activiteiten 9.4 161 396
       
overige organisatiekosten 9.5 ‑4.899 ‑6.446
       
leefbaarheid 9.6 ‑3.998 ‑4.393
       
waardeveranderingen van financiële vaste activa, effecten en derivaten   ‑3.517 ‑3.504
andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten   21 16
rentelasten en soortgelijke kosten   ‑27.346 ‑30.140
saldo financiële baten en lasten 9.7 ‑30.842 ‑33.628
       
RESULTAAT VOOR BELASTINGEN   283.505 275.225
       
belastingen 9.8 1.871 ‑4.136
       
RESULTAAT NA BELASTINGEN   285.376 271.089

3. Kasstroomoverzicht 2020

Bedragen x € 1.000

    2020 2019
Operationele activiteiten      
Huurontvangsten   175.394 173.321
Vergoedingen   8.469 8.434
Overheidsontvangsten   0 0
Overige bedrijfsontvangsten   8.869 517
Ontvangsten interest (uit operationele activiteiten)   6 0
Saldo ingaande kasstromen   192.737 182.272
       
Erfpacht   20 36
Betalingen aan werknemers   26.850 25.372
Onderhoudsuitgaven   42.345 50.173
Overige bedrijfsuitgaven   32.784 36.422
Betaalde interest   28.758 31.292
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat   132 141
Verhuurderheffing   15.926 12.079
Leefbaarheid externe uitgave niet investering gebonden   1.253 1.617
Vennootschapsbelasting   0 0
Saldo uitgaande kasstromen   148.068 157.132
       
Kasstroom uit operationele activiteiten   44.669 25.140
       
(Des)investeringsactiviteiten      
Verkoopontvangsten bestaande huur   14.581 11.497
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) na inkoop in dPi periode   587 0
Verkoopontvangsten nieuwbouw   0 0
Verkoopontvangsten grond   224 1.609
(Des)Investeringsontvangsten overige   0 0
Ontvangsten uit hoofde van vervreemding vastgoedbeleggingen   15.392 13.106
       
Nieuwbouw huur   43.904 13.697
Verbeteruitgaven   16.747 28.177
Aankoop   0 2.893
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop   173 409
Sloopuitgaven   2.382 2.255
Aankoop grond   0 1.029
Investeringen overig   5.224 10.351
Externe kosten bij verkoop   190 287
Verwerking van vastgoedbeleggingen   68.619 59.099
       
Saldo in- en uitgaande kasstromen vastgoedbeleggingen   ‑53.227 ‑45.993
       
Ontvangsten verbindingen   82 452
Ontvangsten overig   0 0
Uitgaven verbindingen   0 0
Uitgaven overig   0 0
Saldo in- en uitgaande kasstroom financiële vaste activa   82 452
       
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten   ‑53.145 ‑45.541
    2020 2019
Financieringsactiviteiten      
Nieuwe te borgen leningen   75.000 85.000
Nieuwe ongeborgde leningen   0 0
Nieuwe niet door WSW geborgde leningen niet-DAEB   0 0
Tussentelling inkomende kasstromen   75.000 85.000
       
Aflossing geborgde leningen   48.796 61.516
Aflossing ongeborgde leningen   199 2.120
Aflossing niet door WSW geborgde leningen niet-DAEB investeringen   0 0
Tussentelling uitgaande kasstromen   48.995 63.636
       
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   26.005 21.364
       
Toename (afname) van geldmiddelen   17.530 963
Wijziging kortgeld   ‑6.535 ‑963
       
Geldmiddelen aan het begin van de periode   9 9
Geldmiddelen aan het einde van de periode   11.004 9

Onder de overige bedrijfsontvangsten worden de ontvangen gelden van het Instituuut Mijnbouwschade Groningen voor toegekende schades verantwoord. Omdat de uitkering vooruit ontvangen wordt op de uit te geven herstelkosten, heeft dit een tijdelijk positief effect op de berekening van de ICR. Wanneer we de ICR zouden bepalen zonder dit effect, daalt de ICR van 2,55 naar 2,35.

4. Algemene toelichting

Algemeen

Woningcorporatie Stichting Lefier (hierna: ‘Lefier’) is een stichting met de status van “toegelaten instelling volkshuisvesting”. De statutaire vestigingsplaats is gemeente Midden-Groningen. Het actieve werkgebied bestaat uit de vijf gemeenten: Borger-Odoorn, Emmen, Groningen, Midden-Groningen en Stadskanaal. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van woningen voor de (sociale) huursector. De stichting heeft specifieke toelating in de regio Noord-Nederland en is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet.

Vestigingsadres, rechtsvorm en inschrijfnummer handelsregister

De statutaire vestigingsplaats is Hoogezand in de gemeente Midden-Groningen. Lefier is feitelijk gevestigd op Winschoterdiep 50 te Groningen, Postbus 2102 CC te Emmen. Lefier is ingeschreven bij het handelsregister onder nummer 02028826.

COVID-19

In maart 2020 is de impact van de COVID-19 pandemie groot geworden, in Nederland en in de rest van de wereld. Wij hebben onze bedrijfsprocessen aangepast en afgestemd op de door het RIVM en de Rijksoverheid afgegeven richtlijnen en maatregelen.

Het COVID-19 virus heeft overduidelijk impact op onze bedrijfsvoering. Het overgrote deel van de medewerkers kan de werkzaamheden vanuit huis voortzetten. Voor de functies waarbij dat echt niet mogelijk is, hebben we passende maatregelen genomen. In principe vinden alle bedrijfsprocessen doorgang. Een deel van de onderhouds- en investeringsactiviteiten hebben we moeten uitstellen. Voor zover nu bekend zijn daar geen claims of andere nadelige financiële gevolgen van te verwachten.

De impact op onze operationele kasstromen door het vertraagd binnenkrijgen van huurbetalingen blijkt tot nu toe beperkt. Wij schatten op dit moment in dat die invloed ook beperkt zal blijven; we verwachten niet dat er liquiditeitstekorten door ontstaan. Daarvoor is onze totale huurstroom te omvangrijk; hij is bovendien goed gespreid.

Onze financiering voor het komend jaar 2021 en 2022 is geborgd via de reguliere processen. Als het noodzakelijk blijkt te zijn, hebben we voldoende ruimte in onze kengetallen om aanvullende financiering op te kunnen nemen. Voor onze kasstromen zijn we dus niet afhankelijk van verkopen. De sector banken is naar verwachting in staat om in die eventuele behoefte van aanvullende financiering te voorzien. Daarnaast beschikken we over instrumenten als 'uitstel van onderhoud en investeringen' om onze kasstromen positief te beïnvloeden. Als het nodig blijkt te zijn, zullen we ook gebruik gaan maken van de overheidsmaatregelen ter ondersteuning van de economie. Op dit moment is die noodzaak er niet.

Wat we niet zelf in de hand hebben, is de mogelijke uitval van personeel door ziekte. Tot nu toe is het ziekteverzuim gelukkig beperkt; we bleven in staat om alle voorgenomen activiteiten uit te voeren volgens plan of met een kleine vertraging.

Hoe zullen de omstandigheden zich ontwikkelen in 2021? Er bestaan voorlopig nog grote onzekerheden over de omvang die de impact die de pandemie uiteindelijk zal blijken te hebben gehad op zowel de samenleving als de economie.

Alles overziende, vinden we dat er geen reden is om te twijfelen aan de continuïteit van de onderneming. We hebben de jaarrekening opgemaakt op basis van die veronderstelling; we gaan ervan uit dat de ingenomen schattingen in de jaarrekening nog steeds passend zijn.

Groepsverhoudingen

Lefier functioneert als hoofd van een groep, met Lefier Holding B.V. (100%) als enige deelneming. Aangezien deze deelneming van te verwaarlozen betekenis is wordt geen geconsolideerde jaarrekening opgesteld. De waardering van deze deelneming hebben we om die reden opgenomen onder de activapost ‘Vorderingen op groepsmaatschappijen'.

Deelnemingen in groepsmaatschappijen worden gewaardeerd op de nettovermogenswaarde. Het gaat om de volgende deelnemingen:

Deelneming Waardering Belang Vestigingsplaats KvK-nr
Lefier Holding B.V. deelneming gewaardeerd op netto vermogenswaarde 100,00% Midden-Groningen 02091641
Woningnet B.V. overige deelnemingen gewaardeerd op kostprijs 0,02% Utrecht 30171204

Stelselwijzigingen

Als gevolg van de nieuwe verslaggevingsregels zijn de volgende stelstelwijzigingen doorgevoerd:

  • Op basis van de aangepaste RJ 645 heeft Lefier in 2020 een wijziging aangebracht in de wijze waarop uitgaven in het vastgoed in exploitatie na eerste verwerking in de jaarrekening worden verwerkt. Deze uitgaven worden nu verwerkt in overeenstemming met artikel 14a van de Regeling toegelaten instelling volkshuisvesting. Hierin zijn nadere definities opgenomen voor onderhoud en verbetering. Onderhoudslasten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt en verbeteringen als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed in exploitatie. Stichting Lefier verwerkte een deel van deze kosten tot vorig jaar nog als investering (voor wat betreft keukens, badkamers en toilet). Een tegengesteld effect ziet op de mogelijkheid om vanaf 2020 onderhoudskosten te activeren indien het project voldoet aan 3 van 4 voorwaarden voor de definitie van ingrijpende verbouwing.  De mogelijk gewijzigde verwerking van onderhoud en verbetering heeft beperkte invloed op de omvang van het vermogen en resultaat, maar wel op de samenstelling daarvan. Het resultaat over 2020 bedraagt op basis van de nieuwe grondslag € 285,4 miljoen. Indien op de oude grondslag zou zijn verwerkt zou het resultaat € 286,3 miljoen hebben bedragen. De stelselwijziging is in overeenstemming met de overgangsbepaling in RJ 645 prospectief verwerkt wat inhoudt dat de vergelijkende cijfers niet zijn aangepast.

Schattingswijzigingen

In het kader van de bepaling van de marktwaarde van het vastgoed dat we exploiteren in verhuurde staat, in de categorieën DAEB en niet-DAEB, hebben we diverse schattingswijzigingen doorgevoerd in de parameters en berekeningsmethodieken. Voor een toelichting zie paragraaf 8 'Vastgoedbeleggingen'. Vanwege de aard van de schattingswijziging kunnen we niet bepalen welke invloed die heeft op de het resultaat in het boekjaar.

Daarnaast is een schattingswijziging doorgevoerd inzake de afschrijvingstermijnen van ict-middelen onder de activa ten dienste van de exploitatie. Deze schrijven we nu in 3 jaar (was 5 jaar) af, hetgeen beter aansluit op de praktijk. De invloed van deze schattingswijziging is € 0,4 miljoen op het resultaat.

Bij de belastingen is een schattingswijziging doorgevoerd van € 3,4 miljoen. Dit is het gevolg van een afgesloten VSO met de belastingdienst inzake de bepaling van de restwaarde in de berekening van de fiscale afschrijving op het vastgoed. Deze herziening werkt terug vanaf 2014 en heeft een schattingswijziging tot gevolg in verband met aanpassing op de belastbare bedragen van voorgaande boekjaren.

Presentatiewijzigingen

In 2020 zijn geen presentatiewijzigingen doorgevoerd.

Oordelen en schattingen

Bij het toepassen van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt de directie van Lefier zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Wanneer het voor het geven van het vereiste inzicht (artikel 2:362 lid 1 BW) noodzakelijk is, hebben we de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen in de toelichting op de betreffende post van de jaarrekening.

Verbonden partijen

Als 'verbonden partij' worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van Lefier en nauwe verwanten zijn verbonden partijen.

Op de transacties van betekenis met verbonden partijen geven we een toelichting, voor zover die transacties niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. We lichten in dat geval de aard en de omvang van de transactie  toe, plus alle andere informatie die nodig is voor het verschaffen van inzicht. Met haar deelnemingen heeft Lefier naast haar aandelenbelang ook een zakelijke relatie, waarbij de producten (veelal onroerende zaken bestemd voor de verhuur) en/of diensten van de betreffende deelnemingen worden afgenomen. Deze transacties zijn steeds gebaseerd op gebruikelijke contractuele afspraken, waarbij marktconforme condities zijn overeengekomen.

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen onder aftrek van bankkredieten. In het kasstroomoverzicht maken we onderscheid tussen operationele, investerings- en financieringsactiviteiten.

De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten). De investeringen in materiële vaste activa nemen we op onder aftrek van de onder overige schulden voorkomende verplichtingen.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt, waaronder het afsluiten van financiële leasing, zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen.

Effecten aardbevingsrisico op waardering

Lefier heeft woningen in een gebied waar aardbevingen optreden. Dit heeft nu en in de toekomst effect op onder meer bedrijfsvoering en risico’s en daarmee ook op de jaarrekening.

In dit hoofdstuk gaan wij in op de effecten van aardbevingen voor Lefier. Allereerst noemen we de risico’s en het beheersen van die risico's. Daarna geven we aan om welk vastgoed het gaat. Vervolgens gaan we op de reeds ontstane schade en de afhandeling daarvan, de waarde en waarderingseffecten, en onze activiteiten op het gebied van versterken en verduurzamen. Tot slot noemen we de concrete gevolgen voor de jaarrekening.

1. Risico's en risicobeheersing

Door de ligging van het vastgoed wordt Lefier geconfronteerd met diverse belangrijke risico’s ten aanzien van de waardering van het vastgoed en de toekomstige bedrijfsvoering als gevolg van de aardbevingen.

De risico’s kunnen als volgt worden geduid:

Vastgoed

  • Afnemende (leeg)waarde van het bezit en het risico op verdere waardedaling en/of vertraagde verkopen door verandering van het sentiment in de markt ten aanzien van de bewoonbaarheid van de omgeving (waardeschade). Dit in aanvulling op de demografische ontwikkelingen in de regio (indirecte waardeschade);
  • Risico op de lagere kasstroom door leegstand vanwege onverhuurbaarheid en/of afnemende vraag en/of (bijvoorbeeld door onzekerheid over versterking) vertraagde oplevering van nieuwbouwprojecten en daardoor latere start van huurinkomsten (exploitatieschade);
  • Risico van directe fysieke schade aan het vastgoed (herstelschade);
  • Risico van verplichtingen tot versterking van het bezit om deze aardbevingsbestendig te maken, dit in lijn met de Nederlandse Praktijk Richtlijn voor Aardbevingsbestendig bouwen (versterkingsschade), in bepaalde gevallen heeft dit tot gevolg dat woningen moeten worden gesloopt en nieuw gebouwd;
  • Risico van hogere bouwkosten voor nieuwbouwprojecten waar geen extra baten tegen over staan omdat deze aardbevingsbestendig moeten worden gebouwd (bouwschade).

Bedrijfsvoering

  • Risico van extra kosten door verhoogde aandacht/extra te leveren inspanningen voor de exploitatie van het vastgoed en/of in de contacten met huurders, belanghebbenden, overhead en projectontwikkeling;
  • Risico van aansprakelijkheid voor kosten bij optreden van persoonlijke ongelukken bij huurders als gevolg van aardbevingsschade en/of het verliezen van de huurwoningen;
  • Risico van kosten als gevolg van inspanningen om schade te beperken of moeten voorzien in noodvoorzieningen zowel in de bedrijfsvoering als in de huisvesting van huurders;
  • Risico van extra financieringskosten doordat we de uitgaven voor reparatie van schades c.q. inspanningen om schades te behandelen en/of te beperken eerst moeten doen. Pas daarna ontvangen we vergoeding (huuropbrengsten en/of externe financiering).

Over de risico’s is ook overleg gevoerd met de Autoriteit Woningcorporaties (hierna: AW) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (hierna: WSW). De AW en het WSW volgen de ontwikkelingen in het aardbevingsgebied. Lefier informeert beide partijen over de gevolgen voor haar portefeuilleplan.

De exploitanten van het gaswinningsgebied zijn wettelijk verplicht de schade en de kosten van het voorkomen van schade als gevolg van gaswinning te vergoeden (artikel 6:177 lid 1 en lid 4 BW, artikel 6:174 BW lid 3 BW en/of 6:162 BW in combinatie met art. 6:96 lid 1 en lid 2 onder a en b BW).

Inmiddels heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat de NAM op afstand gezet en de verantwoordelijkheid genomen voor het herstel van de aardbevingsschade, het versterken van de waardevermindering en het compenseren van de waardevermindering. In 2020 is de Tijdelijke wet Groningen in werking getreden en daarbij is het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) gestart met de uitvoering van deze wet. Lefier gaat er dan ook vanuit dat alle vormen van schade als gevolg van de aardbevingen volledig vergoed worden door de NAM ofwel door het IMG.

2. Vastgoedbezit in aardbevingsgebied

Lefier heeft bezit in het gebied waar aardbevingen optreden.

Tabel Aardbevingsgebied toevoegen

Aardbevingsgebied (x € 1 mln) Aantal VHE Marktwaarde WOZ waarde
Midden Groningen 4.794 434 510
Groningen 11.705 1.235 1.243

Bedragen en aantallen zijn per 31 december 2020.

Het vastgoed is als volgt verdeeld over de diverse gemeenten en risicogebieden:

  • Alle woningen (4.794 verhuureenheden) in de gemeente Midden Groningen zijn gebouwd boven het gasveld. Hier zijn veel schademeldingen. Deze eenheden hebben in totaal een marktwaarde in verhuurde staat van € 434 miljoen en een WOZ waarde van € 510 miljoen.
  • Alle verhuureenheden in de wijken Beijum, Lewenborg  en Oosterhoogebrug (1.585 eenheden) zijn gebouwd bovenop het gasveld. Hier zijn veel schademeldingen. Deze eenheden hebben in totaal een marktwaarde in verhuurde staat van € 197 miljoen en een WOZ waarde van € 196 miljoen.
  • De Korrewegwijk (2.690 verhuureenheden) is niet gebouwd op het gasveld, maar hier zijn wel veel schademeldingen. Deze eenheden hebben in totaal een marktwaarde in verhuurde staat van € 318 miljoen en een WOZ waarde van € 330 miljoen.
  • De andere wijken in de stad Groningen (7.430 verhuureenheden) zijn niet gebouwd op het gasveld en hier zijn de schades meer incidenteel. Deze woongelegenheden hebben in totaal een marktwaarde in verhuurde staat van € 720 miljoen en een WOZ waarde van € 717 miljoen.

Vastgoedeigenaren in de provincie Groningen, in het bijzonder Oost Groningen en in gedeelten van de stad Groningen worden geconfronteerd met schade aan het vastgoed als gevolg van aardbevingen veroorzaakt door de gaswinning door de NAM.

Op grond van wettelijke bepalingen is de exploitant van de gasvelden, zijnde de NAM, aansprakelijk voor alle schade als gevolg van de exploitatie van de gasvelden. Lefier gaat er dan ook vanuit dat alle vormen van schade als gevolg van de aardbevingen vergoed worden door de NAM.

3. Schade aan onroerend goed

A. Herstelschade

Er is een schadeprocedure voor het afhandelen van fysieke schade aan het vastgoed. Herstel- en versterkingsschade werden door Lefier zelf afgehandeld en Lefier krijgt hiervoor een marktconforme vergoeding.

Lefier neemt zelf schade aan woningen en gebouwen als gevolg van aardbeving op; we documenteren die schade ook zelf. Tot 1 juli 2020 werd de schade-afhandeling geregeld door de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen. Sinds juli 2020 is TCMG opgegaan in het IMG, Instituut Mijnbouwschade Groningen. Om de afhandeling van schademeldingen te bespoedigen is met corporaties de afspraak gemaakt dat zij deze schades zelf af kunnen handelen. Huurders krijgen een vergoeding van het IMG na het melden van schade. Voor de werkzaamheden die Lefier uitvoert rondom de opname en afhandeling van aardbevingsschades, krijgen we compensatie van het IMG.

De wijzigingen hebben duidelijk effect in de afhandeling van schademeldingen, met een verdubbeling van het aantal schademeldingen in 2020 ten opzichte van het jaar ervoor.

Aantal Schademeldingen   2018 2019 2020
Totaal aantal schademeldingen    132   694   1.243 
-waarvan geaccepteerd    86   479   1.060 
-nog in behandeling/te behandelen    46   215   183 
ontvangen vergoeding(x€ 1000)    446   3.177   8.447 

B. Effecten van aardbevingen op de waarde van woningen (waarde schade)

Aardbevingen en het risico daarop hebben een effect op de waarde van het Lefier bezit en daarmee de vastgoedwaardering van Lefier (waardedalingsschade). Dit effect werkt door op de waardering in de jaarrekening en raakt zowel de marktwaarde in verhuurde staat als de beleidswaarde.

Het effect van aardbevingen op de marktwaarde is per definitie onderdeel van de marktwaarde zoals deze is opgenomen in de balans van Lefier. Hierbij zijn zowel om de verwachte kasstromen als de gehanteerde parameters met de bestaande kennis ingeschat. 

De rechtbank in Assen heeft in 2015 uitspraak gedaan waardoor waardedaling van onroerend goed als gevolg van aardbevingen aangemerkt kan worden als schade en daarmee in aanmerking komt voor een vergoeding door de exploitant, de NAM. De inhoud van dit vonnis is in januari 2018 overgenomen door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Lefier wordt hiermee toegelaten tot een schadestaatprocedure waarin de omvang van de schade dient te worden vastgesteld. Lefier heeft op onder andere 30 oktober 2018 NAM aansprakelijk gesteld voor de waardevermindering.

Het uitblijven van een minnelijke regeling met NAM is voor Lefier aanleiding geweest om in april 2020 de dagvaarding voor de schadestaatprocedure aan te brengen. In de dagvaarding vordert Lefier vergoeding van de schade die wordt geleden ten gevolge van het feit dat het bezit door de aardbevingen minder waard is geworden. Een uitspraak in de schadestaatprocedure wordt niet eerder dan ultimo 2021 verwacht. Voor een publiekrechtelijke afwikkeling zal een aanvraag moeten worden ingediend. Het is niet mogelijk om tegelijkertijd een civielrechtelijke en publiekrechtelijke aanspraak geldend te maken.

Lefier heeft de berekening van de waardevermindering gebaseerd op het berekeningsmodel Invisior (gebaseerd op het model van  Prof. mr J.P. Elhorst en de heer N. Duran). Volgens dit model bedraagt voor Lefier de waardevermindering € 21.955.302,-. In de schadestaatprocedure wordt vergoeding van dit bedrag verlangd.  

Voor DAEB vastgoed gewaardeerd op basis van beleidswaarde zoals opgenomen in de toelichting bij de jaarrekening, is er waardedalingsschade, maar aan de andere kant is het effect minder waarneembaar, omdat dit vastgoed gewaardeerd is op basis van de contante waarde van de toekomstige exploitatiekasstromen. De huurinkomsten staan in beginstel los van de waarde van het DEAB vastgoed. Voor de daarbij gehanteerde uitgangsposities wordt verwezen naar toelichting par. 5.4 (waarderingsgrondslagen) en par. 10.2 (toelichting op de balans) zoals opgenomen in de toelichting op de jaarrekening. Het effect van afnemende verhuurbaarheid in de toekomst c.q. dalende restwaarde aan einde levensduur door aardbevingsschade is op dit moment onbekend en daarmee niet in de waardering begrepen. 

C. Versterken, verduurzamen en eisen nieuwbouw (versterkingsschade / bouwschade)

Lefier heeft woningen in het aardbevingsgebied die hersteld en verstevigd moeten worden. Het gaat met name om woningen in de gemeente Midden-Groningen, en dan vooral in Slochteren, Schildwolde, Steendam, Tjuchem,  Siddeburen en Hoogezand. In deze dorpen staan woningen van Lefier met een (licht) verhoogd risico. Opnames van de (technische) staat van de woningen zijn de basis voor verstevigingsadviezen. Dan is duidelijk wat er met de woningen moet gebeuren. De werkzaamheden worden uitgevoerd volgens het plan van aanpak dat gemeente en Nationaal Coördinator Groningen (NCG) in 2019 hebben vastgesteld. Dit plan heeft in 2020 een update gehad omdat er nieuwe doorrekeningen hebben plaats gevonden op de ondergrond en de te verwachte impact op de versterkingsnoodzaak van woningen in het gebied. Doordat in de loop van de jaren de “spelregels” rondom de versterkingsaanpak (wijzigingen in NPR, de berekeningsmethodiek ter bepaling van versterkingsnoodzaak, de afbouw van de gaswinning etc. ) en koerswisselingen in de aanpak van de versterkingsopgave is een complex dossier ontstaan waarin verschillende groepen woningen vanuit een verschillende aanpak en fasering versterkt en mogelijkerwijs gesloopt zullen worden. 

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de woningen die vanuit de versterkingsopgave  een “haakje” naar het aardbevingsdossier hebben.

PLAATS batch 1581 Initiatief "Dorp in Eigen Hand" P50 (verhoogd risico) P90 (licht verhoogd risico) P90 Slochteren Noord Praktijkaanpak zorgprogramma (CC2/CC3) versterkt Eindtotaal
HARKSTEDE       1         1
HELLUM       23         23
HOOGEZAND       107         107
LAGELAND           2     2
SAPPEMEER       34         34
SCHILDWOLDE 74     25         99
SIDDEBUREN       233     74 * 4 311
SLOCHTEREN 30     18 135       183
STEENDAM   4             4
TJUCHEM   8             8
WOUDBLOEM               10 10
WOLTERSUM     1           1
GRONINGEN       30         30
TOTAAL 104 12 1 471 135 2 74 14 813

In Overschild had Lefier een tweetal woningen. Deze woningen moesten worden gesloopt, en zijn vooruitlopend hierop begin 2020 verkocht aan NAM/NCG. Bewoners hebben elders een huurwoning van Lefier gekregen.

Batch 1581

Binnen de batch 1581 (groep van 1581 woningen die vanuit het oude versterkingsprogramma van de NCG reeds geïnspecteerd zijn en waarvan de versterkingsadviezen aanwezig zijn) heeft Lefier 104 woningen in bezit in de dorpen Slochteren en Schildwolde. Van deze woningen is duidelijk dat ingrijpende maatregelen nodig zijn om de woningen veilig te krijgen. Huurders van deze woningen zijn in 2020 geïnformeerd over de stand van zaken.  Lefier en NCG zijn momenteel in gesprek om tot definitieve afspraken te komen over de versterkingsopgave voor deze woningen, zodat we hier onze bewoners in 2021 definitief duidelijkheid over kunnen geven. 

Aardbevingbestendig bouwen

In de gemeente Midden-Groningen is in de zomer van 2020 Gorecht West fase 3 te Hoogezand opgeleverd. Het betreft hier in totaal 66 grondgebonden woningen die zowel NOM- als aardbevingsbestendig gebouwd zijn. Met de afbouw van de gaswinning in het Groninger gasveld wordt verwacht dat het aardbevingsrisico zal afnemen en daarmee de noodzaak om aardbevingsbestendig te bouwen in mindere mate aanwezig zal zijn. Met het oog daarop is ook de nieuwbouwregeling, waarin de meerkosten van aardbevingsbestendig bouwen vergoed werden door NAM cq. overheid, teruggeschroefd.  

4. Overheadkosten

Naast kosten verbonden aan schades maakt Lefier ook andere kosten verbonden aan aardbevingen. Dit betreft met name in- en externe overleguren en kosten van adviseurs. In 2018 hebben de gezamenlijke corporaties in het aardbevingsgebied een concept akkoord bereikt over de vergoeding van overheadkosten voor de periode 2014-2020. Deze vergoeding dekt niet alle kosten. De corporaties hebben besloten vanuit de bijdrage van de NAM allereerst de in het kader van de bevingsproblematiek voor het collectief gemaakte externe kosten te vergoeden aan de individuele corporaties. Voor de periode tot en met 2020 bedragen deze voor Lefier € 743.119.

5. Gevolgen voor de jaarrekening

Als gevolg van bovenstaande omstandigheden bestaan in beperkte mate onzekerheden ten aanzien van de vastgoedwaardering per 31 december 2020. Gezien de status van de inventarisatie van de technische en economische schade aan het vastgoed, de status van de Praktijk Richtlijn voor Aardbevingsbestendig bouwen, het ontbreken van voldoende referentie-transacties (zeker bij complexgewijze verkopen die de basis vormen voor een marktwaarde waardering) en de lopende gesprekken en procedures met de Nationaal Coördinator Groningen, Dialoog-tafel, het Groninger Gasberaad, de NAM en het Ministere van Economische Zaken bestaan er beperkte onzekerheden bij de bepaling van de financiële consequenties.

Lefier heeft tevens beoordeeld of zij financieel in staat is om de gevolgen van de aardbeving schade (timing verschil tussen uitgaande kasstromen als gevolg van schade herstel en beperking en extra kosten in haar bedrijfsvoering én te ontvangen vergoedingen) op te vangen en de toekomstige bedrijfsvoering te kunnen continueren. Naar de mening van het bestuur, met de kennis ten tijde van het opstellen van het jaarrekening is er geen aanleiding om te veronderstellen dat Lefier hier niet toe in staat zou zijn. De berekende lagere vastgoedwaardering heeft vooralsnog geen effect op de leningsvoorwaarden, de financiering is geborgd bij het waarborgfonds waarbij per balansdatum aan de criteria van het waarborgfonds (zijnde rentedekking, Solvabiliteit op beleidswaarde en Loan-to-value) wordt voldaan. Deze situatie leidt niet tot directe opeisbaarheid van de financiering. Lefier schat dit risico ten aanzien van de continuïteit op dit moment nog als laag in.

Gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB

Stichting Lefier heeft de gescheiden verantwoording DAEB/ niet-DAEB opgenomen in de toelichting op de enkelvoudige jaarrekening. De niet-DAEB activiteiten van stichting Lefier zien toe op:

  • Het verhuren van woningen die tot de niet-DAEB tak behoren; zijnde vrije sector huurwoningen met een huurprijs boven de liberalisatiegrens, met als doel het behaalde rendement bij te laten dragen in het realiseren van de portefeuille strategie van de DAEB tak.
  • Het verhuren van bedrijfs onroerend goed (BOG); zijnde winkels en kantoren.
  • Het verhuren van parkeergelegenheden.
  • Grondposities die binnen een termijn van 5 jaren geen bestemming sociale woningbouw hebben.

Om tot een gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzichten te komen, worden een aantal uitgangspunten gehanteerd. Een aantal toe te rekenen posten worden in overeenstemming met het dd. 14 december 2017 goedgekeurde scheidingsvoorstel volledig aan de DAEB-, dan wel aan de niet-DAEB activiteiten toegerekend. Voor andere niet direct toe te rekenen posten in de gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzichten wordt uitgegaan van een aantal veronderstellingen. De belangrijkste veronderstellingen zijn onderstaand nader toegelicht:

1. Directe scheiding op VHE-niveau

Balans Winst-en-verliesrekening Kasstromen
vastgoedbeleggingen huuropbrengsten huurontvangsten
voorraden opbrengsten servicecontracten vergoedingen
verkocht onder voorwaarden verkoopopbrengsten en -lasten (des)investeringen
debiteuren overige waardeveranderingen verkopen
latente belastingen niet- gerealiseerde waardeveranderingen verhuurderheffing
voorziening onrendabele investeringen verhuurderheffing -
- vennootschapsbelasting -

2. Gescheiden op basis van borging achterliggende financiering of aard activiteit

Balans Winst-en-verliesrekening Kasstromen
materiële vaste activa ten dienste van exploitatie afschrijvingen renteontvangsten
schulden/leningen overheid financiële baten - en lasten renteuitgaven
schulden/leningen kredietinstellingen leefbaarheid financieringskasstromen
interne lening - leefbaarheid
derivaten - -
deelnemingen - -

3. Toerekening op complexniveau en gescheiden op basis van relatieve verdeling eenheden in complex

Balans Winst-en-verliesrekening Kasstromen
overige vorderingen lasten servicecontracten lasten servicecontracten
overige schulden lasten onderhoudsactiviteiten personeelskosten
crediteuren overige directe exploitatielasten lasten onderhoudsactiviteiten
overige voorzieningen - overige directe exploitatielasten
belastingen en premies sociale verzekeringen - -

5. Grondslagen voor waardering activa en passiva

5.1 Algemeen

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met artikel 35 van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting 2017, artikel 30 en 31 van Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) 2017, richtlijn 645 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (herzien 2018) en de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector ('WNT').

Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting. Toelichtingen op posten in de balans, winst-en-verliesrekening en kasstroomoverzicht worden in de jaarrekening genummerd.

5.2 Vergelijking met voorgaand jaar

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar, met uitzondering van de stelselwijzigingen zoals opgenomen in hoofdstuk 4. Algemene toelichting. Voor een aantal posten zijn schattingen gewijzigd, zie ook hiervoor hoofdstuk 4 Algemene toelichting.

5.3 Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Bedrijfsgebouwen en terreinen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Er wordt rekening gehouden met de bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. Overige vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. Lefier beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Een bijzonder-waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de winst-en-verliesrekening onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief. De kosten van groot onderhoud worden verantwoord in de winst- en verliesrekening wanneer deze zich voordoen en indien deze niet levensduurverlengend zijn.

5.4 Vastgoedbeleggingen

Algemene uitgangspunten

Tenzij bij de afzonderlijke balansposten iets anders wordt vermeld gelden voor alle materiële vaste activa de volgende algemene uitgangspunten.

Verkrijgings- of vervaardigingsprijs

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven onder aftrek van afschrijvingen gedurende de geschatte toekomstige gebruiksduur. Op grond wordt niet afgeschreven. Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Tevens worden hierbij de rente op vreemd vermogen tijdens de bouw en direct toerekenbare interne kosten alsmede transactiekosten geactiveerd. Toerekening van rente vindt plaats in overeenstemming met paragraaf 6.3. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.

Indien grond gekocht is met opstallen, met de intentie de opstallen te slopen of teniet te laten gaan en vervolgens op de grond nieuwbouw te realiseren, dan maken de eventuele boekwaarde van de opstallen en de gemaakte sloopkosten deel uit van de verkrijgingsprijs van de grond.

Verwerking van groot onderhoud

Voor de toekomstige kosten van groot onderhoud en herstelkosten aan de bedrijfsgebouwen is geen voorziening voor groot onderhoud gevormd.

Lefier verwerkt de kosten van groot onderhoud aan haar materiële vaste activa als onderdeel van de boekwaarde indien wordt voldaan aan de criteria voor activering. De geactiveerde kosten worden als afzonderlijke component behandeld. Voor zover sprake is van vervanging van onderdelen van het actief wordt de nog aanwezige boekwaarde van deze onderdelen gedesinvesteerd. Indien de boekwaarde van deze te desinvesteren onderdelen niet afzonderlijk uit de activa registratie zijn te herleiden wordt deze benaderd op basis van de huidige uitgaven, teruggerekend naar de datum van oorspronkelijke investering, en indien van toepassing rekening houdend met de naar benadering tot het moment van vervanging hierover gepleegde afschrijvingen.

DAEB vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Typering

DAEB vastgoed omvat woningen, maatschappelijk vastgoed en overig sociaal vastgoed in exploitatie die volgens het op 14 december 2017 definitief goedgekeurde scheidingsvoorstel van Lefier als DAEB vastgoed classificeerden. Hierbij is rekening gehouden met mutaties in de DAEB portefeuille sinds die datum.

Over het algemeen zijn dit woningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens, woningen boven de huurtoeslaggrens waarvan Lefier voornemens is om deze in de toekomst als DAEB vastgoed te verhuren en maatschappelijk vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs en culturele instellingen en dienstverleners.

Niet-DAEB vastgoed omvat woningen en overige objecten welke niet voldoen aan het criterium van het DAEB vastgoed.

Kwalificatie

Lefier richt zich op het realiseren van de volkshuisvestelijke taken. Dit betekent dat beleidskeuzes rondom het vastgoed primair worden gemaakt met in achtneming van haar taak als sociale huisvester. Daarnaast worden investeringsbeslissingen mede genomen op basis van een analyse van het financiële rendement. Een beperkt deel van de portefeuille is gealloceerd voor verkoop. Basis voor de waardering is het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde, met in achtneming van de relevante feiten en omstandigheden van de markt waarop de toegelaten instellingen actief zijn.

Het beleid van Lefier is er op gericht de vastgoedportefeuille continu te verversen. Voor het merendeel van het vastgoed vindt optimalisatie van het financiële rendement plaats. Een deel van de portefeuille is gealloceerd voor verkoop, een deel voor het maximaliseren van de vraaghuur en een deel voor renovatie en herstructurering gericht op waarde ontwikkeling.

Waarderingsgrondslag

Lefier waardeert haar vastgoed in exploitatie bij eerste verwerking tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Daarna vindt waardering plaats tegen de actuele waarde zijnde de marktwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2019’). Lefier past voor het volledige bezit de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde toe.

Marktwaarde in verhuurde staat is het geschatte bedrag waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marketing in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de peildatum, waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en zonder dwang zouden hebben gehandeld.

Lefier past voor het volledige bezit de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde toe. De berekening van de marktwaarde geschiedt op een modelmatige wijze waarbij conform de full versie een externe taxateur wordt ingeschakeld. De nauwkeurigheid van de waardering, bij zowel waardering volgens de basisversie en full versie, geacht te liggen binnen een bandbreedte van 10% plus en min de waarde.

Complexindeling

Overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde vindt waardering op waarderinsgscomplexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van Lefier maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Waarderingsmethode

De marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op een modelmatige, op kasstromen gebaseerde methodiek. De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:

  • De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele rechten en verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed.
  • De overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is.
  • Feiten en omstandigheden die kunnen worden gekwalificeerd als verplichtingen die niet specifiek aan het vastgoed zijn toe te rekenen zijn (zoals bijvoorbeeld afgesloten convenanten met gemeenten over aan te houden volumes in huurprijscategorieën en mogelijk in de toekomst te maken prestatie afspraken) zijn niet opgenomen in de waardering van het vastgoed maar maken onderdeel uit van de niet uit de balans blijkende verplichtingen.
  • Het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar de inkomsten en uitgaven worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar (de zogenaamde exit yield).

Het inschatten van kosten en opbrengsten wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s; doorexploiteren en uitponden. Bij doorexploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Het inrekenen van de markthuur dan wel de lagere maximale huur (WWS) geschiedt bij mutatie. Bij uitponden is de veronderstelling dat bij mutatie tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan.

Bij beide scenario’s wordt ervan uitgegaan dat het object/complex in zijn geheel aan een derde wordt verkocht en dat deze derde de afweging maakt tussen beide scenario’s. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijk gesteld aan het begrip “marktwaarde verhuurde staat”, zijnde de reële waarde waartegen de waardering van het vastgoed plaats vindt. Dit geldt met uitzondering van studentenhuisvesting, hier wordt standaard uitgegaan van het scenario doorexploiteren vanwege het ontbreken van een courante “kopersmarkt”.

Het inschatten van de kosten en opbrengsten wordt op basis van een marktconform uitgangspunt gedaan. De volgende parameters worden hierbij gehanteerd:

  • Prijsinflatie ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contracthuur, de markthuur, de maximale huur en de liberalisatiegrens, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten;
  • Loonstijging als uitgangspunt voor de stijging van de beheerskosten;
  • Bouwkostenstijging vormt het uitgangspunt voor de stijging van de onderhoudskosten, de verkoopkosten en de verouderingskosten;
  • Leegwaardestijging is de basis voor de stijging van de verkoopopbrengst in het uitpondscenario.

Lefier heeft de in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2020 voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast. De belangrijkste uitgangspunten zijn:

Parameters woongelegenheden 2021 2022 2023 2024 e.v.
Prijsinflatie 1,40% 1,60% 1,80% 2,00%
Looninflatie 1,40% 1,95% 2,50% 2,50%
Bouwkostenstijging 3,00% 2,50% 2,50% 2,50%
Leegwaardestijging (Groningen stad) 6,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Leegwaardestijging (prov. Groningen) 4,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Leegwaardestijging (prov. Drenthe) 5,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar – zelfstandige eenheden 1,20% 1,00% 0,50% 0,50%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar – onzelfstandige eenheden 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Instandhoudingsonderhoud per vhe (incl. mutatie)  
EGW € 653 - € 1.907
MGW € 621 - € 3.844
Studenteneenheid € 338 - € 1.312
Zorgeenheid (extramuraal) nvt
Beheerkosten per vhe: 2020 2019
EGW 458 447
MGW 450 439
Studenteneenheid 423 413
Zorgeenheid (extramuraal) 415 405
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,18%-0,21% 0,17%-0,21%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,08% 0,09%
Verhuurderheffing (% van de WOZ) 0,53% 0,56%
Huurderving (% van de theoretische huursom) 1,00% 1,00%
Mutatiekans bij doorexploiteren 9,40% 10,00%
Mutatiekans bij uitponden 9,40% 5,00%
Mutatieleegstand DAEB 0 maanden 0 maanden
Mutatieleegstand niet-DAEB 3 maanden 3 maanden
Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde) 1,30% 1,40%
Disconteringsvoet 4,80% 5,00%

Voor splitsingskosten is een norm gehanteerd van € 631 per te splitsen eenheid. De overdrachtskosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 3% van de berekende waarde van een verhuureenheid.

Parameters bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed 2020 2019
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo € 5,80 /€ 7,00 € 5,60 /€ 6,80
Mutatieonderhoud per m2 bvo € 9,70 /€ 11,80 € 9,40 /€ 11,40
Beheerkosten % van de markthuur - BOG 3,00% 3,00%
Beheerkosten % van de markthuur - MOG 2,00% 2,00%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,38%-0,94% 0,21%-0,50%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,12% 0,13%
Disconteringsvoet 6,36% 8,50% / 7,25%
Parameters intramuraal zorgvastgoed 2020 2019
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo 9,30 9,00
Mutatieonderhoud per m2 bvo 11,80 11,40
Beheerkosten 2,50% 2,50%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,38%-0,94% 0,35%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,34% 0,13%
Disconteringsvoet 5,96% 7,25%

Lefier heeft de in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2020 voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast. Onder toepassing van de full-versie heeft Lefier de voor de volgende vrijheidsgraden van het Handboek afwijkende standpunten ingenomen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het bezit en/of de omgeving waarbinnen Lefier opereert.

Vrijheidsgraad Uitgangspunt Handboek Aanpassing Lefier 
Schematische vrijheid Separate kasstromen specifiek tonen Conform basisversie
Markthuur(stijging) Prijsinflatie Basis (en stijging) conform afspraak noordelijk marktwaarde-overleg en fine-tuning op basis van markthuurreferenties.
Exit Yield Modelmatig bepaald De exit yield is bepaald door de taxateur op basis van referentietransacties
Leegwaarde WOZ-waarde Modelmatig bepaald en vastgesteld door taxateur op comparatieve wijze op basis van referentie transacties
Leegwaardestijging Normering naar provincie of 4 grote steden Conform afspraak noordelijk marktwaarde-overleg
Disconteringsvoet uitponden/doorexploiteren Modelmatig vastgesteld Basis conform afspraak noordelijk markwaarde-overleg fine-tuning per complex op basis van daadwerkelijke beleggingsmarktreferenties en verhouding kapitalisatiefactor vs huur/leegwaarde
Mutatie- en verkoopkans Op basis van afgelopen 5 jaar Op basis van afgelopen 5 jaar
Onderhoud Normbedrag per type Normbedrag per type eenheid (VTW-norm) gecorrigeerd voor vorm factor
  verhuureenheid  
Technische splitsingskosten Genormeerd bedrag Conform basisversie
Erfpacht Niet van toepassing Geen
Bijzondere uitgangspunten Niet van toepassing Geen

De invulling van deze vrijheidsgraden is door de externe taxateur beoordeeld op aannemelijkheid en betrokken in de full taxaties.

Gehanteerde werkwijze taxaties

Jaarlijks wordt de waardering van 1/3 deel van de portefeuille vastgoed in exploitatie door externe onafhankelijke taxateurs gevalideerd door middel van gevel/zicht taxatie. Tevens vindt een toets op de waardering plaats op basis van beschikbare referentietransacties. De overige 2/3 deel van de portefeuille vastgoed in exploitatie worden door middel van een interne taxatie bepaald en gevalideerd. Het BOG is volledig door de taxateur gewaardeerd, waarvan een deel door een markttechnische update

Mutatie marktwaarde in verhuurde staat

Mutaties in de reële waarde van vastgoed in exploitatie worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’.

Herwaardering

De herwaarderingsreserve wordt bepaald als het positieve verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs (zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering) en onder aftrek van (latente) belastingverplichtingen

Bepaling beleidswaarde (ten behoeve van de toelichting)

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Lefier en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Lefier. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige- en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Enkel uitgaan van het door exploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. Hierbij wordt tevens uitgegaan van eeuwigdurende looptijd in de eindwaarde. Ten aanzien van de gehanteerde exit yield wordt direct aangesloten bij de gehanteerde methodiek volgens het Handboek modelmatig waarderen. Deze is daarmee niet langer als vrijheidsgraad toegepast.
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van de corporatie bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten. Lefier hanteert in haar beleid een generieke korting van 28,5% en opslagen voor de markt-aantrekkelijkheid van de woning en afslagen voor die woningen die qua duurzaamheid een hogere energie-index hebben (en daarmee hogere energielasten voor onze huurders, via afslagen willen we dit gedeeltelijk compenseren).
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten. De componenten instandhoudingsonderhoud en mutatie-onderhoud zijn vervangen door een nominale eigen onderhoudsnorm.
  4. Inrekening van toekomstige lasten verhuur- en beheeractiviteiten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ in de resultatenrekening. In de norm is rekening gehouden met een 10% besparing in de lasten verhuur en beheeractiviteiten. Een beleidsdoelstelling die door Bestuur is geformaliseerd in het Financieel Beleidsplan. Lefier hanteert hierbij de volgende uitgangspunten ten opzichte van de marktwaarde:

Beleidsnormen - woningportefeuille

(normbedrag per woning x € 1,-) beleidsnorm onderhoud verhuur en beheer *overige exploitatielasten beleidsnorm beheer
sociale woningen 1.850 (2019: 1.725) 475 (2019: 515) 525 (2019: 465) 1.000 (2019: 980)
te liberaliseren woningen 775 (2019: 750) 475 (2019: 515) 950 (2019: 865) 1.425 (2019: 1.380)
vrije sector woningen 775 (2019: 750) 475 (2019: 515) 950 (2019: 865) 1.425 (2019: 1.380)
studentenhuisvesting 925 (2019: 875) 475 (2019: 515) 310 (2019: 290) 785 (2019: 805)

De beleidswaarde van intramuraal vastgoed en de niet-woongelegenheden is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten. Voor zover afwijkend voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie – zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie - afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten verhuur en beheeractiviteiten) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 151. Lefier heeft hierbij uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Typering

Dit betreffen complexen in aanbouw die zijn bestemd om te worden ingezet als vastgoed in exploitatie.

Waarderingsgrondslag

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie wordt gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering of lagere marktwaarde.

Tijdens de bouw wordt rente toegerekend vanaf het moment dat daadwerkelijk met ontwikkeling is gestart. De geactiveerde rente wordt berekend tegen de gemiddelde rentevoet over het totale vreemde vermogen. Voor onroerende zaken waarvoor specifieke financiering is aangetrokken wordt de interestvoet van deze specifieke financiering gehanteerd.

De aannames gedaan bij de financiële impact van feitelijke verplichtingen kunnen afwijken bij daadwerkelijke realisatie van de projecten. Planvorming kan ondermeer wijzigingen in de tijd ondergaan door bewegingen in het prijsniveau van leveranciers, wettelijke procedures en aanpassingen in de voorgenomen bouwproductie.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Lefier verkoopt woningen onder voorwaarden waarbij de koper een contractueel bepaalde korting op de actuele waarde krijgt. De verwerking van dergelijke transacties hangt af van de contractuele voorwaarden. Lefier onderscheidt hierbij gerealiseerde verkopen, en verkopen welke kwalificeren als een financieringstransactie.

Als financieringstransactie kwalificeren:

  • Verkopen waarbij Lefier het recht op terugkoop heeft tegen een bedrag dat significant lager ligt dan de verwachte reële waarde op terugkoopmoment;
  • Verkopen waarbij Lefier een plicht tot terugkoop heeft tegen reële waarde na het verstrijken van een beperkt deel van de geschatte levensduur;
  • Verkopen waarbij Lefier een plicht tot terugkoop heeft tegen een vaste prijs, gebaseerd op de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.

Verkopen onder voorwaarden die niet als financieringstransactie kwalificeren zijn verkooptransacties.

De als financieringstransactie gekwalificeerde verkopen onder voorwaarden worden als volgt verwerkt:

  • De betreffende onroerende zaken worden direct voorafgaand aan de verkoop gewaardeerd tegen actuele waarde zijnde de met de koper overeengekomen contractprijs; het verschil met de boekwaarde op dat moment wordt verwerkt:
    • Bij een waardedaling: als een negatieve herwaardering indien en voor zover er voor de betreffende woning(en) op dat moment nog sprake is van een ongerealiseerde waardestijging, en voor het overige als een bijzonder waardeverminderingsverlies;
    • Bij een waardestijging: als een herwaardering indien en voor zover de actuele waarde hoger is dan de boekwaarde op dat moment, en voor een eventueel resterende overige waardestijging als terugname van een bijzonder waardeverminderingsverlies;
  • De woning wordt voor de overeengekomen contractprijs opgenomen onder de Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden; de (nog te) ontvangen contractprijs wordt opgenomen als Verplichtingen uit hoofde van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (eerste waardering).
  • De woning wordt jaarlijks per balansdatum gewaardeerd tegen de marktwaarde op basis van de geldende contractvoorwaarden van de verkoop onder voorwaarden; eventuele waarde mutaties worden verwerkt als ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’.

De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd op het bedrag dat de toegelaten instelling verschuldigd zou zijn indien op balansmoment het actief tegen de overeengekomen contractvoorwaarden teruggekocht zou moeten worden. Eventuele mutaties in deze verplichtingen worden in het resultaat verwerkt als ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’.

Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden wordt de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

Indien de terugkoop gerealiseerd is vindt verwerking afhankelijk van de beleidsdoelstelling plaats:

  • Indien het beleidsvoornemen bestaat om de woning te verkopen zal verantwoording plaatsvinden onder de voorraden. Waardering vindt plaats tegen de waarde waarop de woning is teruggekocht;
  • Indien de woning een “verhuur-bestemming” krijgt wordt deze woning opgenomen onder het vastgoed in exploitatie. Waardering vindt plaats op basis van de marktwaarde in verhuurde staat volgens het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde;
  • Bij gelijkblijvende bestemming blijft classificatie onder verkopen onder voorwaarden van toepassing. Waardering vindt plaats tegen de waarde waartegen terugkoop heeft plaatsgevonden.

5.5 Financiële vaste activa

Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend

Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode (nettovermogenswaarde). Wanneer 20% of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden, wordt er van uitgegaan dat er invloed van betekenis is. De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de betreffende deelneming.

Indien de waarde van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover Woningcorporatie Lefier in deze situatie geheel of ten dele instaat voor de schulden van de deelneming respectievelijk het stellige voornemen heeft de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen wordt een voorziening getroffen.

De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening, uitgaande van de waarden bij eerste waardering.

Andere deelnemingen

Deelnemingen waar geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een bijzondere waardevermindering vindt waardering plaats tegen de realiseerbare waarde; afwaardering vindt plaats ten laste van de winst-en-verliesrekening .

Latente belastingvorderingen

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd. De berekening van de latente belastingvordering geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in komende jaren geldende tarieven, voor zover deze per balansdatum al bij wet zijn vastgesteld. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde. De gehanteerde disconteringsvoet betreft 2,20% (2019: 2,38%).

Uitgesteld hedgeresultaat

De leningen worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde van het verstrekte bedrag. Vervolgens vindt waardering plaats tegen geamortiseerde kostprijs waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele bijzondere waardevermindering. De disagio wordt gedurende de looptijd ten laste van het resultaat gebracht als onderdeel van de effectieve rente. Ook transactiekosten worden verwerkt in de eerste waardering en als onderdeel van de effectieve rente ten laste van het resultaat gebracht. Er zijn geen (andere) contractuele bepalingen (zekerheden) inzake de leningen vastgelegd .

Overige vorderingen

Gewaardeerde optiepremie vanuit contract met extendible lening als gevolg van toepassing Richtlijn 290: Financiële instrumenten. De optiepremie wordt lineair geamortiseerd over de looptijd van het contract.

Bijzondere waardeverminderingen van financiële vaste activa

Voor vaste activa, waaronder financiële instrumenten beoordeelt Lefier op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt Lefier de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen, en verwerkt dit direct in de winst-en-verliesrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. 

Een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking. De terugname wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs op het moment van de terugname, als geen sprake geweest zou zijn van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

5.6 Voorraden

Vastgoed bestemd voor de verkoop

Opgeleverd vastgoed beschikbaar en bestemd voor de verkoop wordt gewaardeerd op vervaardigingsprijs of lagere opbrengstwaarde. De vervaardigingsprijs omvat alle kosten die samenhangen met de verkrijging of vervaardiging, alsmede gemaakte kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. In de kosten van vervaardiging zijn begrepen directe loonkosten en toeslagen voor aan de productie gerelateerde indirecte vaste en variabele kosten, alsmede de in overeenstemming met paragraaf 6.3 toegerekende rente. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden .

Voorraden

De voorraden grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd op verkrijgingsprijzen onder toepassing van de FIFO-methode (first in, first out) of lagere opbrengstwaarde.

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs bestaat uit alle kosten die samenhangen met de verkrijging of vervaardiging alsmede de gemaakte kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. In de kosten van vervaardiging zijn begrepen directe loonkosten en toeslagen voor aan de productie gerelateerde indirecte vaste en variabele kosten, waaronder de kosten van het bedrijfsbureau, de onderhoudsafdeling en interne logistiek.

De lagere opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

5.7 Vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde.

Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

5.8 Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

5.9 Eigen vermogen

Herwaarderingsreserve

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de onroerende zaken in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs zonder rekening te houden met afschrijving of bijzondere waardevermindering. Indien op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt pas een herwaarderingsreserve gevormd voor het betreffende complex voor zover de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie worden rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Aangezien de waardevermeerdering van de onroerende zaken in exploitatie reeds ten gunste van de winst- en verliesrekening is gebracht (en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd) is verwerking van de daaropvolgende realisatie niet ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

5.10 Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

Voorziening onrendabele investeringen nieuwbouw en herstructureringen

Bij de bepaling van voorzieningen wordt uitgegaan van in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan. Tot de feitelijke verplichtingen worden ook gerekend verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd”. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens de corporatie zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de corporatie rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van de definitief ontwerp fase en afgeleid het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden.

Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen nieuwbouw worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het betreffende complex overtreffen wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd. Onder verwachte verliezen wordt in dit verband verstaan de netto contante waarde van alle investeringsuitgaven (verwachte stichtingskosten) minus aan deze investering toe te rekenen ontvangsten (verwachte marktwaarde verhuurde staat).

Overige voorzieningen

De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. Deze uitgaven zijn gewaardeerd tegen contante waarde. De stichting onderkent de volgende overige voorzieningen:

  • Jubilea: Deze wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de blijfkans. Als disconteringsvoet voor de contantmaking is 0,60 % (2019: 2,38 %) gehanteerd.
  • Loopbaanontwikkeling: Deze voorziening wordt opgenomen op basis van de in de CAO aangegeven regeling om gebruik te maken van de regeling Loonbaanontwikkeling (ILOB). Voor het bepalen van de voorziening wordt bepaald wat de kans is dat het bedrag, waarop de medewerker onder voorwaarden aanspraak kan maken, ook daadwerkelijk wordt benut. Als disconteringsvoet voor de contantmaking is 0,60 % gehanteerd. 

5.11 Langlopende schulden

Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de winst-en-verliesrekening als interestlast verwerkt.

Voor extendible /tijdvakleningen wordt de effectieve rente bepaald op basis van de gemiddelde contractuele rente over de volledige looptijd van de lening, ervan uitgaande dat de vaste rente in het tweede tijdvak betaald moet worden.

De aflossingsverplichting voor het komend jaar van de langlopende schulden is opgenomen onder de kortlopende schulden.

In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

In leningen besloten derivaten worden afgesplitst en separaat verantwoord indien er geen nauw verband bestaat tussen de economische kenmerken en risico's van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico's van het basiscontract. Voor de waardering en resultaatbepaling van deze embedded derivaten wordt verwezen naar paragraaf 5.13.

5.12 Leasing

Financiele leasing

De stichting leaset activa waarbij de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom van deze activa grotendeels aan de stichting toekomen. Deze activa worden geactiveerd in de balans bij de aanvang van het leasecontract tegen de reële waarde van het actief of de lagere contante waarde van de minimale leasetermijnen. De te betalen leasetermijnen worden op annuïtaire wijze verdeeld in een aflossings- en een rentecomponent. De leaseverplichtingen worden exclusief de rentecomponent opgenomen onder de langlopende schulden. De rentecomponent wordt gedurende de looptijd van het contract verantwoord in de winst-en-verliesrekening met een vast rentepercentage over de gemiddelde resterende aflossingscomponent. De relevante activa worden afgeschreven over de resterende gebruiksduur of, indien korter, de looptijd van het contract.

Operationele leasing

Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet bij Lefier ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst-en-verliesrekening over de looptijd van het contract.

5.13 Afgeleide financiële instrumenten (derivaten)

Lefier maakt gebruik van rentederivaten en heeft embedded derivaten welke zijn afgescheiden van het basiscontract.

Derivaten worden bij eerste opname in de balans opgenomen tegen reële waarde, de vervolgwaardering van de derivaten is geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde. De wijze van verwerking van waardeveranderingen van het afgeleide financiële instrument is afhankelijk van of met het afgeleide financiële instrument hedge accounting wordt toegepast. Indien geen kostprijs hedge accounting wordt toegepast, wordt door Lefier een schuld opgenomen voor een eventuele negatieve reële waarde van het derivaat. Mutaties in de negatieve waarde worden direct in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Lefier past waar mogelijk kostprijs hedge accounting toe. Op het moment van aangaan van een hedge relatie, wordt dit door Lefier gedocumenteerd. Lefier stelt middels een test periodiek de effectiviteit van de hedge relatie vast. Dit gebeurt door het vergelijken van de kritische kenmerken van het hedge instrument met die van de afgedekte positie, of door het vergelijken van de verandering in reële waarde van het hedge-instrument en de afgedekte positie indien de kritische kenmerken van het hedge instrument en die van de afgedekte positie niet aan elkaar gelijk zijn.

Bij het toepassen van kostprijshedge-accounting is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de resultaatbepaling van het hedge-instrument afhankelijk van de afgedekte post. Dit betekent dat Lefier derivaten tegen kostprijs waardeert omdat de afgedekte leningen ook tegen kostprijs in de balans worden verwerkt.

Het ineffectieve deel van de hedgerelatie wordt direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt indien het hedge instrument een negatieve reële waarde heeft.

5.14 Kortlopende schulden

Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.

6. Grondslagen voor bepaling van het resultaat

6.1 Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd; verliezen reeds zodra zij voorzienbaar zijn.

Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde vaste activa en afgeleide financiële instrumenten.

De winst- en verliesrekening wordt verantwoord op basis van de functionele indeling. Omdat Lefier naast verhuuractiviteiten, tevens activiteiten verrichten op het gebied van ontwikkeling van vastgoed en verkoop van delen van de vastgoedportefeuille, geeft de functionele indeling de gebruiker van de jaarrekening een beter inzicht dan de categoriale indeling.

In de functionele winst- en verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan de activiteiten van Lefier. Bij de kosten is er een onderscheid tussen de direct toerekenbare kosten en de indirecte kosten. De direct toerekenbare kosten worden bij het betreffende onderdeel verantwoord. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels.

6.2 Bedrijfsopbrengsten

Opbrengstenverantwoording algemeen

Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper.

Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

Huuropbrengsten

De jaarlijkse huursomstijging is van overheidswege gebonden aan een maximum. Voor het verslagjaar 2020 bedroeg dit wettelijk toegestane maximumpercentage variërend per huishouden van maximaal 5,1% tot 6,6%, afhankelijk van inkomen en huishoudsamenstelling In 2020 heeft Lefier geen gebruik gemaakt van de inkomensafhankelijke huurverhoging. De huurverhoging per 1 juli was voor de sociale huurwoningen, inclusief onzelfstandige eenheden, gemiddeld 3,2%. Voor niet-woningen o.a. parkeerplaatsen en garages was de huurverhoging 1,8% en voor BOG 1%, tenzij contractueel anders afgesproken.

Opbrengsten servicecontracten

Dit betreffen ontvangen bedragen van huurders en bewoners ter dekking van te maken en gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke bestedingen. De kosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

Overheidsbijdragen

Onder deze post zijn de volgende elementen opgenomen:

  • vrijval uit de egalisatierekening rijksbijdragen;
  • overige overheidsbijdragen.

Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille:
Onder deze rubriek worden de volgende verkoopopbrengsten opgenomen

  • Gerealiseerde verkopen van vastgoed in exploitatie;
  • Verkoopopbrengst bij levering van Vastgoed bestemd voor de verkoop, in exploitatie en verkocht onder voorwaarden.

Opbrengsten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte).  
De kosten die toe te rekenen zijn aan de verkoop van de vastgoedportefeuille worden verantwoord onder de toegerekende organisatiekosten.

6.3 Bedrijfslasten

Lastenverantwoording algemeen
Lasten worden verantwoord in het jaar waarop ze betrekking hebben. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen direct- en indirect toe te rekenen kosten.

Lefier rekent haar opbrengsten en kosten toe aan de volgende activiteiten:

  • Exploitatie vastgoedportefeuille met als sub activiteiten
    • Verhuur en beheer
    • Onderhoud (dagelijks en planmatig onderhoud)
    • Servicekosten
  • Verkoop vastgoedportefeuille
  • Leefbaarheid
  • Projectontwikkeling
  • Overige activiteiten
  • Overige organisatiekosten

De bedrijfskosten bestaan uit personeelskosten en overige bedrijfslasten. De personeelskosten bestaan uit:

  • Bruto salarissen, sociale lasten en pensioenlasten
  • Overige personeelskosten

Voor de toerekening van de personeelskosten aan activiteiten zijn de volgende definities gebruikt:

  • Directe toerekening: medewerker is betrokken bij de uitvoering van de activiteit
  • Indirecte toerekening: medewerker is betrokken bij het plannen, voorbereiden, toezicht houden of faciliteren van de directe functies
  • Overhead: kosten die vervallen bij uitbesteding van de activiteit

Alle kosten die niet binnen bovenstaande definities vallen, zijn toegerekend aan Verhuur en Beheer, uitgezonderd de kosten die als overige organisatiekosten verantwoord worden. Dit zijn kosten op het gebied van:

  • Governance en bestuur
  • Portfolio management
  • Asset management
  • Treasury
  • Jaarverslaggeving en control
  • Personeel en organisatie
  • Personeelsvereniging en OR

Overige bedrijfslasten

De overige bedrijfslasten bestaan uit:

  • Huisvestingskosten
  • Facilitaire kosten
  • Kosten Raad van Commissarissen
  • Kosten ICT
  • Algemene kosten
  • Afschrijvingen (activa ten dienste van)

Een aantal posten zijn direct toegerekend aan een activiteit, de overige bedragen zijn als overhead aan de activiteiten toegerekend waarbij de personeelskosten per activiteit als verdeelsleutel gebruikt zijn.

Afschrijvingen materiële vaste activa
De afschrijvingen op materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie worden gebaseerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie worden vanaf het moment van gereedheid voor ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur. Met een mogelijke restwaarde wordt rekening gehouden.

Over terreinen en op reële waarde gewaardeerde vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven.

Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen bij verkoop van onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn begrepen onder de afschrijvingen.

Afschrijvingen worden via verdeelsleutels toegerekend aan de afzonderlijke activiteiten.

Lasten onderhoudsactiviteiten
Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord voor zover deze betrekking hebben op het vastgoed in exploitatie. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen.

Het klachten- en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in kosten van derden en eigen dienst, alsmede de kosten van het materiaalverbruik. In de winst- en verliesrekening zijn de kosten van de eigen dienst opgenomen bij de kostensoort salarissen en sociale lasten. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een waardeverhoging van het actief.

Lonen en salarissen en sociale lasten
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst-en-verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers.

Personeelsbeloningen (lonen, sociale lasten enz.) vormen geen aparte regel in de winst-en-verliesrekening. Deze kosten zijn opgenomen in andere onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening. Voor een nadere specificatie worden verwezen naar de betreffende toelichting.

Pensioenlasten
Lefier heeft voor bijna al haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling). Lefier heeft alle pensioenregelingen verwerkt volgens de verplichtingenbenadering.  De over het verslagjaar verschuldigde premie wordt als last verantwoord. De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). Lefier betaalt hiervoor premies waarvan de werkgever iets meer en de werknemer iets minder dan de helft betaalt. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Naar de stand per 31 december 2020 is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 109,4% (31 december 2019: 110,7 %). Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door Lefier. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen. Naast de premiebetalingen bestaan er geen andere verplichtingen.

Leefbaarheid
De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van Lefier, die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen.

Waardeveranderingen van financiële vaste activa en derivaten
Waardevermeerderingen worden verwerkt op basis van de reële waarde. Voor nadere toelichting verwijzen we naar paragraaf 5.13. 

Rentebaten en rentelasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.

Activeren van rentelasten
Rentelasten worden geactiveerd voor kwalificerende activa gedurende de periode van vervaardiging van een actief, indien het een aanmerkelijke hoeveelheid tijd vergt om het actief gebruiksklaar of verkoopklaar te maken. De te activeren rente wordt berekend op basis van de verschuldigde rente over specifiek voor de vervaardiging opgenomen leningen en van de gewogen rentevoet van leningen die niet specifiek aan de vervaardiging van het actief zijn toe te rekenen, in verhouding tot de uitgaven en periode van vervaardiging. Geactiveerde rente wordt in de winst-en-verliesrekening in mindering gebracht op de post rentelasten en soortgelijke kosten.

6.4 Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Dit betreffen waardeverminderingen, en eventuele terugname hiervan, die gedurende het verslagjaar zijn ontstaan vanuit nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering. Ook waardeveranderingen als gevolg van projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
De niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille hebben betrekking op waardemutaties van op reële waarde geactiveerde activa.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkopen onder voorwaarden
Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post “onroerende zaken verkocht onder voorwaarden” als de post “verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden”.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop
Dit betreffen waardeveranderingen die ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille bestemd voor de verkoop in het lopende verslagjaar.

6.5 Resultaat deelnemingen

Het resultaat is het bedrag waarmee de boekwaarde van de deelneming sinds de voorafgaande jaarrekening is gewijzigd als gevolg van het door de deelneming behaalde resultaat voor zover dit aan Lefier wordt toegerekend .

6.6 Belastingen

Vanaf 1 januari 2008 is Lefier integraal belastingplichtig geworden voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sindsdien verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Een en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO). In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van resultaatneming.

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst-en-verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

7. Financiële instrumenten en risicobeheersing

Binnen het treasurybeleid van Lefier dient het gebruik van afgeleide financiële instrumenten (‘derivaten’) ter beperking van inherente financiële risico's. Op grond van het vigerende interne treasurystatuut is het gebruik van derivaten slechts toegestaan voor zover er een materieel verband met de financierings positie of het belegde vermogen kan worden gelegd. Derivaten mogen niet worden gebruikt voor het innemen van een speculatieve positie.

Na 1 augustus 2013 zijn geen derivaten aangegaan waarmee geldt dat Lefier zich volgens haar treasury statuut onverkort houdt aan de Beleidregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen volkshuisvesting.

Prijsrisico

Lefier loopt geen prijsrisico meer ten aanzien van de waardeontwikkeling van de mandatory breaks in de derivaten van BNP Paribas omdat deze derivaten zijn beëindigd.

Valutarisico

Lefier loopt geen valuta risico, alle inkomende en uitgaande kasstromen zijn in euro’s. Ook met betrekking tot financiële instrumenten loopt Lefier geen valutarisico’s.

Renterisico

Lefier loopt renterisico over de rentedragende langlopende en kortlopende schulden. Voor schulden met variabele renteafspraken loopt Lefier risico ten aanzien van toekomstige kasstromen, met betrekking tot vastrentende schulden loopt Lefier risico’s over de marktwaarde.

Kredietrisico

Lefier heeft geen significante concentraties van kredietrisico. Lefier maakt gebruik van meerdere banken teneinde over meerdere kredietfaciliteiten te kunnen beschikken. Voor zover noodzakelijk worden andere zekerheden verstrekt aan de bank voor beschikbare kredietfaciliteiten.

Liquiditeitsrisico

Relevante indicatoren voor het liquiditeitsrisico dat Lefier loopt per balansdatum zijn als volgt:

Bedragen x € 1.000

Liquiditeitsrisico indicatoren per 31-12-2020
Geborgde leningenportefeuille WSW 915.390 
Ongeborgde leningenportefeuille 1.627 
Nog niet benutte borgingsruimte WSW 20.310 
Benutting kredietfaciliteit
Nog niet benutte faciliteit 30.000 

In totaliteit is er per balansdatum circa € 50,3 miljoen aan liquiditeitsbronnen beschikbaar. Voor 2020 bedraagt het plafond € 935,7 miljoen. De geborgde leningenportefeuille bedraagt per 31 december 2020 € 915,4 miljoen (inclusief ruimte in lening met variabele hoofdsom). De liquiditeitsratio voor de ICR is 2,55.

Lefier maakt gebruik van meerdere banken om over meerdere kredietfaciliteiten te kunnen beschikken. Voor zover noodzakelijk, worden nadere zekerheden verstrekt aan de bank voor beschikbare kredietfaciliteiten. De waardering van afgeleide financiële instrumenten (‘derivaten’) is afhankelijk van het feit of het onderliggende van het derivaat beursgenoteerd is of niet. Indien het onderliggende beursgenoteerd is, dan wordt het derivaat tegen actuele waarde opgenomen. Indien het onderliggende niet-beursgenoteerd is, wordt het derivaat tegen geamortiseerde kostprijs opgenomen. De wijze van verwerking van waardeveranderingen van het afgeleide financieel instrument is afhankelijk van of er met het afgeleide financiële instrument hedge accounting wordt toegepast of niet.

Lefier past kostprijshedge-accounting toe op de ingezette rente swap. Op basis van de vigerende regelgeving is per balansdatum sprake van een effectieve hedge. Voor de rente swap geldt dat de omvang, de looptijd, het afgedekte risico en de wijze van afrekening van de rente swap gelijk zijn aan de afgedekte positie, waarmee sprake is van een effectieve hedge.

De toepassing van de aangepaste Richtlijn 290 Financiële instrumenten is vanaf de jaarrekening 2014 overeenkomstig de voorschriften gehanteerd. Bij het toepassen van kostprijs hedge-accounting is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de resultaatbepaling van het hedge-instrument afhankelijk van de afgedekte post.

Voor een nadere toelichting op de door Lefier afgesloten derivatentransacties met bijhorende effecten op de marktwaarde en liquiditeitsrisico’s wordt verwezen naar paragraaf 8.10. Lefier heeft geen direct liquiditeitsrisico uit hoofde van deze derivaat omdat er geen tussentijdse bijstortingsverplichtingen zijn overeenkomen met de banken.

Dit betekent het volgende:

  • Indien de afgedekte post tegen kostprijs in de balans wordt verwerkt, wordt ook het derivaat tegen kostprijs gewaardeerd.
  • Zolang de afgedekte post in de kostprijshedge nog niet in de balans verwerkt wordt, wordt het hedge-instrument niet  geherwaardeerd. Het ineffectieve deel van de hedgerelatie wordt direct in de winst- en verliesrekening verwerkt onder de post financiële baten en lasten

    Lefier past kostprijshedge-accounting toe voor de renteswaps die ervoor zorgen dat bepaalde variabel-rentende schulden worden omgezet in vastrentende leningen. Het ineffectieve deel van de waardeverandering van de renteswaps wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de post financiële baten en lasten. In het huidige boekjaar heeft dit niet tot een resultaat geleid.

Beschikbaarheidsrisico
De maatregelen rondom de Verhuurderheffing vanuit de landelijke overheid en de omvangrijke saneringssteun door de Autoriteit Woningcorporaties leiden tot een significant effect op de operationele kasstroom van woningcorporaties. Lefier heeft haar financiële meerjarenplan zodanig aangepast op deze maatregelen dat de beschikbaarheid van faciliteiten voor financiering en herfinanciering gecontinueerd wordt. Lefier voldoet in de meerjarenplanning aan de financiële kengetallen zoals deze door toezichthouders en ander financiële stakeholders worden gehanteerd. Doordat Lefier minder afhankelijk wil zijn van een beperkt aantal financiers is Lefier doorlopend op zoek naar andere bronnen voor lange termijn financiering.  Lefier hanteert het eigen middelen beleid van het Waarborgfonds voor de Sociale Woningbouw. Lefier heeft daardoor de mogelijkheid om niet-DAEB investeringen en aflossingen van niet-DAEB leningen te financieren uit de positieve operationele kasstroom en de aanzienlijke kasstromen verkopen uit bestaand bezit. Over 2020 en 2019 is om deze reden geen extra niet-DAEB financiering aangetrokken. De verwachting is dat Lefier ook in 2021 de niet-DAEB investeringen uit eigen middelen kan financieren en voor haar DAEB financiering kan volstaan met het aantrekken van WSW geborgde financiering. Voor de beschikbaarheid van financiering is de organisatie sterk afhankelijk van het blijvend functioneren van het borgingsstelsel via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.

Reële waarde van financiële instrumenten
De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn. Indien niet direct een betrouwbare reële waarde is aan te wijzen, wordt de reële waarde benaderd door deze af te leiden uit de reële waarde van bestanddelen of van een soortgelijk financieel instrument, of met behulp van waarderingsmodellen en waarderingstechnieken. Hierbij wordt gebruikgemaakt van recente gelijksoortige ‘at arm’s length’-transacties, en van netto contante waardemethodes waarbij rekening wordt gehouden met specifieke omstandigheden.

8. Toelichting op balans per 31 december 2020

8.1 Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De mutaties in de materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

Bedragen x € 1.000

  Bedrijfsgebouwen en terreinen Vervoersmiddelen Andere vaste bedrijfsmiddelen Totaal
1 januari 2020        
verkrijgingsprijzen 14.962 3.013 17.666 35.641
cumulatieve waardeverminderingen ‑3.977 ‑998 ‑10.909 ‑15.884
boekwaarde 1 januari 10.985 2.015 6.757 19.757
         
mutaties        
investeringen 26 58 1.616 1.700
desinvesteringen ‑37 ‑534 0 ‑571
afschrijvingen ‑709 ‑116 ‑2.460 ‑3.285
totaal mutaties ‑720 ‑592 ‑844 ‑2.156
         
31 december 2020        
verkrijgingsprijzen 14.952 2.537 19.282 36.771
cumulatieve waardeverminderingen ‑4.687 ‑1.114 ‑13.369 ‑19.170
boekwaarde 31 december 10.265 1.423 5.913 17.601

Voor de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden de volgende componenten en afschrijvingstermijnen gehanteerd:

component afschrijvingsmethode afschrijvingstermijn
grond geen afschrijving  
opstal lineair 50 jaar
verbouwingen lineair 15 jaar
inventaris lineair 10 jaar
vervoermiddelen lineair 8 jaar
software lineair 5 jaar
ict-middelen lineair 3 jaar

In de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn begrepen posten met een boekwaarde van € 1,4 miljoen (31 december 2019: € 2,0 miljoen), die worden gefinancierd door middel van financial lease. Alle overige vaste activa zijn juridisch en economisch in vrije eigendom van de stichting.

De kantoorgebouwen zijn verzekerd tegen herbouwwaarde. Er zijn op deze panden geen hypothecaire zekerheden afgegeven.

Het onroerend goed is gefinancierd met zowel eigen als vreemd vermogen. Het vreemd vermogen bestaat in zijn geheel uit rijksleningen of kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie. Er zijn geen hypothecaire zekerheden afgegeven.

8.2 Vastgoedbeleggingen

In de posten DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie zijn 28.112 woningen, 3.318 garages en 1.494 overige eenheden (BOG, MOG, Intramuraal) opgenomen. In 2020 is de marktwaarde van de totale vastgoedportefeuille (inclusief voorraadmutatie) met 8,1% gestegen. De waarde stijging zonder voorraadmutatie komt uit op 8,6%.

Bedragen x € 1.000

marktwaarde in verhuurde staat 31-12-2020 31-12-2019
woningportefeuille 2.995.073 2.758.203
bedrijfsmatig en maatschappelijk 151.004 152.083
parkeren 26.112 24.689
Totaal 3.172.188 2.934.975

De mutaties in DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

Bedragen x € 1.000

  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
boekwaarde 1 januari 2020 2.660.082 274.893 2.934.975
       
mutaties      
investeringen - overboekingen van vastgoed in ontwikkeling 15.561 ‑33 15.528
investeringen - aankopen 0 0 0
investeringen - overig 5.295 344 5.639
desinvesteringen - verkoop ‑6.046 ‑4.993 ‑11.039
desinvesteringen - sloop overboekingen naar vastgoed in exploitatie ‑26.091 ‑123 ‑26.214
desinvesteringen - overig ‑423 ‑29 ‑452
herwaardering 243.321 10.430 253.751
totaal mutaties 231.617 5.596 237.213
       
boekwaarde 31 december 2020 2.891.699 280.489 3.172.188

Het verloop van de marktwaarde van de woningportefeuille (exclusief parkeren en BOG) wordt in onderstaande tabel uiteengezet per gemeente:

Ontwikkeling marktwaarde woningportefeuille:

Bedragen x € 1.000

Gemeente 31-12-2019 Voorraad WHB Disconterings Leegwaarde Overige 31-12-2020
    mutaties voorgeschreven voet   vrijheids  
    mutaties parameters     graden  
Borger-Odoorn 116.994 ‑177 ‑181 3.385 4.648 1.279 125.949
Emmen 863.259 3.209 ‑906 28.114 29.514 1.468 924.659
Groningen 1.021.098 ‑11.334 ‑3.030 85.277 64.963 ‑29.163 1.127.811
Midden-Groningen 373.665 5.701 ‑868 18.036 23.251 ‑2.840 416.944
Stadskanaal 383.187 ‑6.023 ‑417 6.542 14.073 2.348 399.709
Totaal 2.758.203 ‑8.624 ‑5.402 141.354 136.449 ‑26.908 2.995.073

De geschatte waarde gebaseerd op de meest recente WOZ beschikkingen van alle eenheden bedraagt €3.386 miljoen.

Gevoeligheidsanalyse marktwaarde:

Bedragen x € 1.000

Parameter gehanteerd in marktwaarde effect wijziging parameter effect marktwaarde
disconteringsvoet plus 0,1% ‑24.497 ‑0,8%
leegwaarde plus 1% 10.679 0,4%
mutatiekans plus 1% 55.403 1,9%
markthuur plus € 25 13.542 0,5%
overdrachtskosten plus 6% ‑184.788 ‑5,8%

Beleidswaarde

De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de methodiek zoals opgenomen in het Handboek en bedraagt per 31 december 2020 € 1.687 miljoen. 

De beleidswaarde per deelportefeuille ziet er als volgt uit:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020
Woningen 1.510.260
Parkeren 26.112
BOG 151.004
Totaal 1.687.376

Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2020 voor de woningportefeuille bestaat uit de volgende onderdelen:

Bedragen x € 1.000

  DAEB vastgoed in exploitatie 2020 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 2020 DAEB vastgoed in exploitatie 2019 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 2019
marktwaarde per 31 december 2.784.584 210.489 2.552.000 206.000
aanpassing naar beleid doorexploiteren ‑243.250 ‑58.566 ‑298.000 ‑30.000
aanpassing naar huurbeleid (max. streefhuur) ‑812.295 ‑19.080 ‑597.000 ‑14.000
aanpassing onderhoudsnorm naar beleid Lefier ‑178.310 16.084 ‑232.000 13.000
aanpassing beheerskosten naar werkelijke uitgaven beheer en leefbaarheid ‑180.541 ‑8.855 ‑172.000 ‑11.000
totaal aanpassingen ‑1.414.396 ‑70.417 ‑1.299.000 ‑42.000
         
beleidswaarde per 31 december 1.370.188 140.072 1.253.000 164.000

In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve- of negatieve aanpassing van de uitgangspunten heeft op de beleidswaarde.

Sensitiviteitsanalyse

Bedragen x € 1.000

Parameter gehanteerd in beleidswaarde effect wijziging parameter effect op beleidswaarde %
disconteringsvoet plus 0,1 % ‑27.925 ‑1,7%
beleidshuur plus € 25 91.830 5,4%
onderhoudsnorm plus € 100 ‑74.325 ‑4,4%
beheernorm plus € 100 ‑72.821 ‑4,3%

Verzekering & zekerheden

De vastgoedbeleggingen zijn verzekerd tegen verkrijgingsprijzen c.q. voortbrengingskosten. Jaarlijks wordt de verzekerde waarde van de wooneenheden aangepast aan het indexcijfer voor nieuwbouwwoningen zoals dit door het CBS wordt berekend. Lefier betaalt hiervoor jaarlijks een vast bedrag (jaarlijks geïndexeerd) per eenheid. Het overig bezit (niet woningen) is verzekerd tegen herbouwwaarde. Om onderverzekering te voorkomen is in 2020 hiervoor een taxatie-ronde opgestart met een externe taxateur, dit wordt afgerond in 2021.

Het onroerend goed is nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met rijksleningen of met kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie. Er zijn geen hypothecaire zekerheden afgegeven.

Lefier heeft het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het gehele bezit. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruik gemaakt.

8.3 Overige vastgoedbeleggingen

Bedragen x € 1.000

  onroerende zaken verkocht onder voorwaarden vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
boekwaarde 1 januari 2020 17.959 22.339
     
mutaties    
investeringen 0 60.678
desinvesteringen ‑394 ‑190
herwaardering 1.896 561
waardeverminderingen 0 ‑5.960
terugneming van waardeverminderingen 0 1.233
overboekingen naar vastgoed in exploitatie 0 ‑30.532
overboekingen sloop van vastgoed in exploitatie 0 26.214
overboekingen naar voorraad bestemd voor verkoop 0 ‑6.298
overboekingen naar voorzieningen 0 ‑22.458
overboekingen naar overlopende passiva 0 ‑2.056
overboekingen naar winst- en verliesrekening 0 ‑673
totaal mutaties 1.502 20.519
     
boekwaarde 31 december 2020 19.461 42.858

Van de post overboekingen naar vastgoed in exploitatie (-/- € 30,5 miljoen), gaat het rendabele deel (€ 15,5 miljoen) naar de balans onder vastgoedbeleggingen. Het verschil ad € 15 miljoen betreft de onrendabele top welke geboekt wordt als onttrekking op de voorziening onrendabele investeringen.

In de post Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn in totaal 106 verhuureenheden opgenomen (2019:108 eenheden). Hiervan zijn 106 verhuureenheden (2019: 108 eenheden) verkocht met een terugkoopplicht. Gebruik wordt gemaakt van contractvormen die de goedkeuring van de Minister hebben.

Het grootste deel van de contracten is gebaseerd op het “Koopgarant” principe waarbij sprake is van verleende kortingen op de marktwaarde tussen 0% en 25%.

8.4 Financiële vaste activa

Het verloop van de financiële vaste activa kan als volgt worden gespecificeerd:

Bedragen x € 1.000

  deelnemingen latente belastingvordering uitgesteld hedge-resultaat overige vorderingen totaal
1 januari 2020 1 25.107 46.669 178 71.955
acute belastingen 0 0 0 0 0
mutatie boekjaar 0 1.870 ‑1.080 ‑14 776
31 december 2020 1 26.977 45.589 164 72.731

Inbegrepen in de stand per 31 december 2020 zijn bedragen met een:

Bedragen x € 1.000

- looptijd korter dan één jaar 0 8.988 1.081 0 10.069

Latente belastingvorderingen

De samenstelling van verwerkte, beschikbare verrekenbare tijdelijke verschillen en compensabele verliezen is als volgt:

Bedragen x € 1.000

opgenomen onder financiële vaste activa 31-12-2020 31-12-2019
- onroerende zaken afschrijvingspotentieel 12.760 0
- onroerende zaken VoV 1 48
- onroerende zaken in ontwikkeling 1.826 6.780
- onroerende zaken ten dienste van de exploitatie 378 277
- onderhanden werk 0 241
- voorzieningen 0 1.135
- leningen 1.364 1.339
- derivaten 0 1.050
- compensabele verliezen 10.648 14.237
  26.977 25.107

De onder financiële vaste activa opgenomen latenties zijn gewaardeerd tegen contante waarde tegen 2,20% (2019: 2,38%) en hebben een gemiddelde looptijd van 8 jaar. De nominale waarde van deze tijdelijke verschillen bedraagt circa € 46 miljoen (2019: circa € 164 miljoen). De post heeft met name betrekking op langlopende leningen, projecten in ontwikkeling en compensabele verliezen.

Aangezien Lefier haar beleid heeft afgestemd op haar volkshuisvestelijke karakter, is bij het contant maken van het tijdelijk waarderingsverschil van het vastgoed in exploitatie de veronderstelling gehanteerd dat er in de toekomst geen afwikkelmoment zal zijn van de te vormen latentie. Hierdoor bedraagt de contante waarde van de berekende latentie vrijwel nihil. De nominale waarde van de latente belasting(en) bedraagt ultimo boekjaar een latente belastingschuld van € 143,3 miljoen (2019: een latente belastingvordering van € 98 miljoen).

Van de compensabele verliezen is de verwachting dat deze gecompenseerd worden binnen de daarvoor beschikbare termijn van verliescompensatie binnen de fiscale wetgeving hierover. Het deel van de vennootschapsbelasting over de fiscale verliezen dat is ontstaan door de beperking van de rente-aftrek bedraagt € 9.678 en is niet geactiveerd aangezien dit naar verwachting niet in de toekomst kan worden gecompenseerd.

Uitgesteld hedge-resultaat

In 2019 is een tweetal renteswaps bij de BNP doorgezakt in nieuw afgesloten langlopende leningen. Deze twee leningen zijn onder de langlopende schulden initieel verwerkt op basis van de marktwaarde. Als gevolg hiervan ontstaat een verschil tussen de nominale waarde en de marktwaarde welke jaarlijks wordt opgerent conform de effectieve interestmethode waarmee een rentebate in de winst- en verliesrekening tot uitdrukking komt. De marktwaarde van deze afgewikkelde twee renteswaps is geactiveerd en hierop wordt jaarlijks eveneens afgeschreven conform de effectieve interestmethode, waarmee een rentelast tot hetzelfde bedrag als de rentebate in de winst- en verliesrekening tot uitdrukking komt. Per saldo hebben deze mutaties in de winst- en verliesrekening geen financieel impact maar zijn om verslaggevingstechnische redenen voorgeschreven.

Overige vorderingen

Betreft gewaardeerde optiepremie derivaten vanuit contract met extendible lening als gevolg van toepassing Richtlijn 290: Financiële instrumenten. De optiepremie wordt lineair geamortiseerd over de looptijd van het contract, jaarlijks € 14.000.

8.5 Voorraden

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
vastgoed bestemd voor de verkoop 6.598  509 
  6.598  509 

Het aantal eenheden bestemd voor de verkoop bedraagt 1 bedrijfsruimte en 17,6 hectare grond (2019: 2). Hiervan wordt naar verwachting 35% binnen 1 jaar verkocht en het overige deel binnen 3 jaar. In lijn met interne besluitvorming wordt de grond welke onderdeel is van de niet-DAEB portefeuille, en waarvoor geen concrete plannen zijn voor ontwikkeling, verkocht en daarmee kwalificeert zich deze grond als voorraad.

8.6 Vorderingen

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
huurdebiteuren 2.102 1.569
vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen 0 55
overige vorderingen 574 232
overlopende activa 3.220 1.196
  5.896 3.052

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter ervan en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.

Huurdebiteuren

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
huurdebiteuren 2.968 2.336
af: voorziening dubieuze debiteuren ‑866 ‑767
  2.102 1.569

Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
Lefier Holding B.V. 0 0
Vierwaarde B.V. 0 55
  0 55

Overige vorderingen

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
overige vorderingen 574 232
  574 232

Overlopende activa 

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
vooruitontvangen facturen 1.923 354
vooruitbetaalde leningen 737 420
door te berekenen bedragen 245 409
nog te ontvangen bedragen 148 0
overige 167 13
  3.220 1.196

Onder de overlopende activa zijn geen posten opgenomen met een resterende looptijd langer dan een jaar.

8.7 Liquide middelen

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
Rabobank 8 9
ING-bank 10.996 0
  11.004 9

De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de rechtspersoon.

8.8 Eigen Vermogen

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
herwaarderingsreserve 1.982.668 1.745.326
overige reserves 37.778 4.032
resultaat boekjaar 285.376 271.089
  2.305.822 2.020.447

Overige reserves

Het verloop van de overige reserves is als volgt:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
31 december 275.120 191.727
gevolgen stelselwijziging 0 298
1 januari 275.120 192.025
uit resultaatbestemming 285.376 271.089
toevoeging aan herwaarderingsreserve ‑237.342 ‑187.993
31 december 323.154 275.121

De resultaatbestemming is vooruitlopend op en onder voorbehoud van de goedkeuring door de Raad van Commissarissen in de jaarrekening verwerkt.

Herwaarderingsreserve

Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
1 januari 2020 1.745.325 1.557.335
realisatie door verkoop ‑5.518 ‑3.725
realisatie door sloop ‑6.669 ‑3.551
ongerealiseerde herwaardering boekjaar 249.530 195.267
31 december 2020 1.982.668 1.745.326

Overeenkomstig de statuten van Lefier dient het gehele vermogen binnen de kaders van de Woningwet en afgeleid van de BTIV te worden besteed.

Per 31 december 2020 is in totaal € 1.982,7 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2019: €1.745,3 miljoen), zijnde het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs.
De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 1.484,8 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Lefier. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

8.9 Voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen is als volgt:

Bedragen x € 1.000

  1 januari 2020 dotaties onttrekkingen vrijval 31 december 2020
voorziening voor onrendabele investeringen en herstructurering 38.612 12.499 ‑41.984 ‑649 8.478
overige voorzieningen 1.733 449 ‑163 ‑33 1.986
  40.345 12.948 ‑42.147 ‑682 10.464

Van de voorzieningen is een bedrag van € 4,3 miljoen als langlopend (langer dan een jaar) aan te merken.  Hiervan loopt naar verwachting de gehele post af binnen 5 jaar.

Voorziening onrendabele investeringen nieuwbouw en herstructurering

De voorziening onrendabele investeringen nieuwbouw betreft het per saldo verlieslatende deel van contracten afgesloten ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwbouw huurwoningen waarvoor nog onvoldoende kosten zijn gemaakt om het bedrag daarop in mindering te brengen. De vrijval van € 0,6 miljoen heeft grotendeels betrekking op de planvorming van woningverbetering, waarvan de realisatie in aantallen naderhand is aangepast. Een groot aandeel hierin betreft het stopzetten van een stroomversnellingsproject in Emmen.

Overige voorzieningen

Onder overige voorzieningen zijn de volgende voorzieningen opgenomen:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
voorziening jubilea 1.383 1.137
voorziening loopbaanontwikkeling 603 596
  1.986 1.733

8.10 Langlopende schulden

Bedragen x € 1.000

  31 december 2020 aflossings-verplichting 2021 resterende looptijd
> 1 jaar
resterende looptijd
> 5 jaar
schulden aan overheid 6.955 465 6.490 2.635
schulden aan kredietinstellingen 945.651 65.907 879.744 708.029
verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 18.379 0 18.379 0
derivaten 14.210 0 14.210 ‑9.182
financiële leaseverplichtingen 1.476 401 1.075 201
overige schulden 369 0 369 369
  987.040 66.773 920.267 702.052

Het vervalschema van de langlopende schulden in de komende 5 jaren is hieronder weergegeven:

Bedragen x € 1.000

  Aflosbaar over 2 jaar Aflosbaar over 3 jaar Aflosbaar over 4 jaar Aflosbaar over 5 jaar
leningen overheid 479 2.320 515 530
leningen kredietinstellingen 52.718 12.652 17.802 42.915
totaal langlopende schulden 53.197 14.972 18.317 43.445

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar zoals hierboven toegelicht zijn opgenomen onder de schulden op korte termijn.

Schulden/leningen overheid en kredietinstelling

De mutaties in 2020 van de schulden/leningen overheid en kredietinstellingen kunnen als volgt worden toegelicht:

Bedragen x € 1.000

  schulden/leningen overheid schulden/leningen kredietinstellingen totaal
stand per 1 januari (lang- en kortlopend) 7.406 920.030 927.436
bij: nieuwe leningen 0 75.000 75.000
af: doorzakconstructie derivaten 0 ‑1.080 ‑1.080
af: reguliere aflossingen ‑451 ‑4.370 ‑4.821
af: eindaflossingen 0 ‑43.929 ‑43.929
stand per 31 december (lang- en kortlopend) 6.955 945.651 952.606
       
waarvan opgenomen onder schulden op korte termijn 465 65.907 66.372
waarvan opgenomen onder schulden op lange termijn 6.490 879.744 886.234

De marktwaarde van de leningenportefeuille inclusief opslag bedraagt € 1.383 miljoen (2019: € 1.314 miljoen). De renteopslag is ontleend aan de verwachtingen bij de sectorbanken (NWB en BNG Bank). De basisrente is de Euro Swap rate. De marktwaarde zonder rekening te houden met een opslag is € 1.458 miljoen per 31 december 2020.

Schulden/leningen overheid

Hieronder zijn leningen opgenomen die zijn verstrekt door de gemeente Emmen en Midden-Groningen.

De schulden hebben de volgende kenmerken:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
inclusief kortlopend deel vastrentende leningen    
restschuld ultimo 6.955 7.406
gemiddelde rente 3,51% 3,48%
gemiddelde looptijd 9 10
duration 3,4 4,0

Schulden/leningen kredietinstellingen

Hieronder zijn leningen opgenomen welke zijn verstrekt door de sectorbanken BNG, NWB , verzekeringsmaatschappijen en overige banken/kredietinstellingen.

De schulden hebben de volgende kenmerken:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
vastrentende leningen    
restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdataum (x € 1.000) 890.651 870.030
gemiddelde rente 3,14% 3,38%
gemiddelde looptijd in jaren 21 21
duration 18,2 16,7

Bedragen x € 1.000

leningen met variabele rente 31-12-2020 31-12-2019
restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdataum (x € 1.000) 55.000 50.000
gemiddelde rente ‑0,37% ‑0,27%
gemiddelde looptijd in jaren 2 3
duration 0,3 0,8

Voor de variabel rentende leningen is een renteswap afgesloten om het variabel rente risico op deze leningen af te dekken. De renteswap heeft de volgende kenmerken:

Bedragen x € 1.000

bank type coupon lefier ingangs eind volume Vervroegd marktwaarde marktwaarde
      ontvangt datum datum   afgewikkeld 31-12-2020 31-12-2019
Rabobank payer swap 3,3350% 3M Euribor 01-07-2011 01-07-2021 25.000 geen ‑936  ‑1.843 
            25.000   ‑936  ‑1.843 

De payer swap in de portefeuille wordt gewaardeerd op basis van de rentecurve per 31 december 2020, de laatste werkdag van 2020. De kasstromen van de vaste en variabele poot van de derivaat wordt gedisconteerd op basis van de zero-rentecurve per 31 december 2020. Aangezien de vaste rentecoupon van de renteswap hoger is dan de actuele rentecurve is de marktwaarde van de derivaat negatief. De kasstromen van de renteswap worden bepaald op basis van de modaliteiten van de renteswap, waarbij rekening wordt gehouden met de betaalfrequentie, de rentecoupon en de rentebasis.

Voor het effectieve deel van de hedge worden de resultaten van het hedge-instrument en de afgedekte positie overeenkomstig de regels voor kostprijs hedge-accounting van Richtlijn 290 gelijktijdig in de winst- en verliesrekening verwerkt. Omdat de hedge volledig effectief is, zijn de resultaten gelijk en tegengesteld aan elkaar waardoor het netto-effect in de winst- en verliesrekening nihil zal zijn.

Na het effect van de swaps is de gemiddelde rente op de variabel rentende leningen 3,34% (2019: 3,47%).

Van de leningen overheid en kredietinstellingen is een totaalbedrag van € 905,4  miljoen opgenomen waarvoor WSW borging is verkregen. Dit is inclusief twee door het WSW geborgde leningen met een variabele hoofdsom ad € 35 miljoen, waarvan ultimo boekjaar € 10 miljoen niet is opgenomen.

Onder de leningen zijn voor een bedrag van € 142,5 miljoen (2019: € 142,5 miljoen) aan zogenaamde basisrenteleningen opgenomen. Op deze leningen wordt een vaste basisrente betaald van gemiddeld 3,56 %. De credit spread die op deze leningen wordt betaald wordt periodiek herzien. Voor de huidige leningen is de gemiddelde credit spread 0,18 %. Het vervalschema van de credit spread herzieningen is hieronder weergegeven:

Bedragen x € 1.000

geldgever type bedrag ingangs-
datum
eind-
datum
basis rente spread aanpassing opslag % totaal
NWB BAS  15.000   1/09/09  1/09/59 3,6950%  1/09/23 0,1500% 3,8450%
NWB BAS  25.000   1/07/11  1/07/61 3,2900%  1/07/21 0,0000% 3,2900%
NWB BAS  25.000  29/06/12  1/07/58 3,2100%  1/07/23 0,1500% 3,3600%
BNG BAS  25.000   6/09/12  7/09/57 3,2300%  7/09/22 0,1400% 3,3700%
NWB BAS  17.500   2/11/12  2/11/62 3,6100%  2/11/21 0,6000% 4,2100%
NWB BAS  25.000   3/12/19  4/06/63 3,6675%  3/06/22 0,1500% 3,8175%
NWB BAS  10.000   9/12/19  7/09/62 3,6375%  7/09/22 0,1600% 3,7975%
     142.500      3,4380%   0,1779% 3,6159%

Als op het moment van credit spread herziening geen akkoord met de kredietinstelling wordt bereikt over de hoogte ervan is de lening opeisbaar en dient er een break cost te worden betaald gelijk aan de netto contante waarde van het verschil tussen de dan geldende marktrente en de in de lening overeengekomen basisrente.

Onder de leningen is voor een bedrag van € 13,5 miljoen aan extendible leningen opgenomen. Bij deze leningen betaalt Lefier gedurende het eerste tijdvak een vaste rente die lager is dan de marktrente zoals die op het moment van afsluiten gold. In ruil hiervoor heeft Lefier aan de tegenpartij het recht gegeven op bij het begin van het tweede tijdvak te bepalen of er een op het moment van afsluiten bepaalde vaste rente wordt betaald of dat er een variabele rente wordt betaald. Dit recht van de tegenpartij is een embedded derivaat dat is afgescheiden van het basiscontract en afzonderlijk in de balans is verwerkt onder derivaten. De belangrijkste kenmerken van deze leningen en de embedded derivaten alsmede de reële waardes zijn weergegeven in de toelichting op de derivaten.

Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Bedragen x € 1.000

  Verplichting uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
1 januari 2020  
terugkoopverplichtingen ontstaan bij overdracht 13.614
verminderingen/vermeerderingen na overdracht 3.602
  17.216
mutaties  
af: teruggekochte onroerende zaken verkocht onder voorwaarden ‑384
herwaardering 1.547
  1.163
31 december 2020  
terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht 13.230
verminderingen/vermeerderingen na overdracht 5.149
  18.379

Derivaten

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
1 januari 10.707 7.217
herwaardering 3.503 3.490
31 december 14.210 10.707

Lefier heeft twee extendible leningen in haar portefeuille. Deze leningen zijn verstrekt door NWB (Fortis Bank).

Marktwaarde embedded derivaten per 31 december 2020:

Bedragen x € 1.000

geldgever type bedrag ingangsdatum startdatum swaption einddatum swaption strike renteconventie 31-12-2020 31-12-2019
NWB extendible  10.000  2-7-2007 1-7-2032 1-7-2052 4,550% act/360  ‑9.182   ‑6.819 
NWB extendible  3.500  2-1-2008 2-1-2023 2-1-2053 4,675% act/360  ‑5.028   ‑3.888 
     13.500             ‑14.210   ‑10.707 

In deze extendible leningen is een recht opgenomen voor de geldgever om vanaf een specifiek vooraf overeengekomen datum te kiezen voor een vaste dan wel een variabele rente. Dit recht heeft Lefier verkocht (geschreven). Het betreft een geschreven embedded receiver swaption. Conform Richtlijn 290 zijn de embedded geschreven swaptions separaat gewaardeerd.

De duration van de gehele portefeuille (inclusief het effect van de renteswaps) bedraagt 17 jaar (2019: 16).

Financiële leaseverplichtingen

Het verloop van de financiële leaseverplichtingen is als volgt:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
stand per 1 januari (lang- en kortlopend) 2.138 2.691
bij: nieuwe contracten 58 55
af: leaseverplichting ‑375 ‑376
af: einde leasecontracten ‑345 ‑232
stand per 31 december (lang- en kortlopend) 1.476 2.138
     
waarvan opgenomen onder schulden op korte termijn 401 672
waarvan opgenomen onder schulden op lange termijn 1.075 1.466

De financiële leaseverplichtingen zijn als volgt onder te verdelen:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
verplichtingen <= 1 jaar 401 672
verplichtingen > 1 jaar en < 5 jaar 874 1.260
verplichtingen >= 5 jaar 314 328
  1.589 2.260
af: toekomstige rente ‑113 ‑122
  1.476 2.138

De gemiddelde rentevoet bedraagt 2,93% (2019: 3,18%).

Overige schulden

Betreft waarborgsommen die uit hoofde van huurovereenkomsten van huurders ontvangen worden en dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van eventueel verschuldigde achterstallige huur en mutatiekosten. De waarborgsommen inclusief rente worden bij beëindiging van de huurovereenkomst verrekend.

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
1 januari 384 351
toevoegingen 47 114
aflossingen ‑62 ‑81
31 december 369 384

8.11 Kortlopende schulden

Bedragen x € 1.000

  31-12-2020 31-12-2019
schulden aan kredietinstellingen 0 6.535
schulden aan overheid 465 452
aflossingsverplichtingen kredietinstellingen 65.906 48.299
aflossing leaseverplichtingen 401 672
schulden aan leveranciers 5.076 8.815
belastingen en premies sociale verzekeringen 5.085 4.933
af te dragen pensioenpremie 271 252
overlopende passiva 34.580 31.347
  111.784 101.305

Lefier heeft per 31 december 2020 bij de ING Bank N.V. een kredietfaciliteit ter grootte van € 30 miljoen.

Op balansdatum is geen geen gebruik gemaakt van deze faciliteit. Met ingang van 1 januari 2021 is deze kredietfaciliteit verlaagd naar € 20 miljoen. Onder de aflossingsverplichtingen kredietinstellingen zijn toegelicht de aflossingsverplichtingen op leningen die vervallen binnen 1 jaar na afloop van het boekjaar. Voor het in deze post opgenomen kortlopende deel van langlopende schulden verwijzen wij naar de toelichting op de langlopende schulden. Alle kortlopende schulden hebben een resterende looptijd van korter dan een jaar. De reële waarde van de kortlopende schulden benadert de boekwaarde vanwege het kortlopende karakter van de schulden.

8.12 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Investerings- en onderhoudsverplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor projecten (nieuwbouw, verbeteringen en/of groot onderhoud) tot een bedrag van €53,0 miljoen (2019: € 28,0 miljoen). Deze verplichtingen komen voor € 39,5 miljoen naar verwachting tot afwikkeling in een periode van 1 jaar ná balansdatum.

Huurverplichtingen

Het jaarlijks bedrag van met derden aangegane verplichtingen van onroerend goed bedraagt in totaal € 0,3 miljoen. De huurverplichtingen lopen van 1 tot 5 jaar.

Heffing saneringsfonds

Lefier zal de komende 5 jaren naar verwachting in totaal € 5,3 miljoen moeten afdragen aan door de Autoriteit Woningcorporaties opgelegde saneringsheffingen. Deze middelen worden ingezet om noodlijdende corporaties financieel er weer bovenop te helpen.

WSW Obligo

Uit hoofde van het borgingsstelsel heeft Lefier een obligo verplichting jegens het WSW van 3,85% van de restschuld van de door Lefier opgenomen, door het WSW geborgde leningen. Ultimo 2020 bedraagt dit obligo € 34,9 miljoen (2019: € 33,6 miljoen). Indien het WSW dit obligo zou opeisen dient Lefier het bedrag binnen 30 dagen aan het WSW over te maken. Lefier verwacht indien noodzakelijk aan deze verplichting te kunnen voldoen door het nog niet benutte deel van het bestaande financieringskrediet aan te spreken, en zo nodig een aanvullende lening aan te trekken binnen het aanwezige faciliteringsvolume.

Ketenaansprakelijkheid
Op grond van de Wet Ketenaansprakelijkheid kan Lefier eventueel aansprakelijk worden gesteld. Aangezien wij door de wetgever als eigenbouwer worden aangemerkt, passen wij de Wet Ketenaansprakelijkheid toe bij alle investeringen en onderhoudswerkzaamheden. Dit houdt in dat een deel van de loonsom in het factuurbedrag op een geblokkeerde rekening wordt gestort. Tevens passen wij in genoemde gevallen de btw-verleggingsregeling toe.

Versterking van woningen als gevolg van risico op aardbevingen
Lefier heeft op basis van het Burgerlijk Wetboek (art 6:174 BW, verantwoordelijkheid van de eigenaar van een opstal) en de woningwet (art 1a, lid 1, algemene zorgplicht eigenaar bouwwerk) de verplichting om te zorgen dat het door haar verhuurde vastgoed veilig is. Deze veiligheid kan mogelijk in het geding komen door het risico op aardbevingen in een deel van ons werkgebied (zie ook Hoofdstuk 4 algemene toelichting van de jaarrekening). Door het uitvoeren van versterkingsmaatregelen kan dit risico naar verwachting worden weggenomen.

De gezamenlijke corporaties in het bevingsgebied voeren in het vervolg van gerechtelijke uitspraken zowel in het privaatrechtelijke als publieke domein gesprekken over een vergoeding voor de waardevermindering van vastgoed als gevolg van aardbevingen. In de schadestaatprocedure wordt vergoeding van een bedrag van €21,9 miljoen verlangd. Een uitspraak in de schadestaatprocedure wordt niet eerder dan ultimo 2021 verwacht. Voor een publiekrechtelijke afwikkeling zal een aanvraag moeten worden ingediend. Het is niet mogelijk om tegelijkertijd een civielrechtelijke en publiekrechtelijke aanspraak geldend te maken.

Leveringsverplichting ACM
Lefier heeft een optieovereenkomst afgesloten voor verkoop van de ACM locatie tegen een koopsom van €3,5 miljoen.

In 2016 is de optievergoeding van € 0,5 miljoen ontvangen.

Fiscale eenheid voor de VpB
Stichting Lefier vormt met Lefier Holding B.V. een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Op grond van de Invorderingswet zijn de vennootschap en de met haar gevoegde dochteronderneming ieder hoofdelijk aansprakelijk voor ter zake door de combinatie verschuldigde belasting. In de jaarrekening van Lefier wordt een belastinglast berekend op basis van het behaalde commerciële resultaat. Door Lefier wordt met Lefier Holding B.V. via de rekening-courantverhouding afgerekend.

9. Toelichting op de functionele winst- en verliesrekening over 2020

9.1 Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille

Huuropbrengsten

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
woningen en woongebouwen 171.655 167.773
onroerende zaken niet zijnde woongebouwen 7.738 7.157
bruto huuropbrengsten 179.393 174.930
af: huurderving wegens leegstand ‑2.724 ‑2.555
Af: huurderving wegens oninbaarheid ‑214 ‑511
netto huuropbrengsten 176.455 171.864

De "te ontvangen netto huur" is gewijzigd als gevolg van:

  • Verhoging van de huren wegens algemene huuraanpassing per 1 juli 2020 (€ 2,7 miljoen)
  • Het in exploitatie nemen van nieuwe woningen en woongebouwen of van aangekochte woningen (€ 0,5 miljoen)
  • Verlaging als gevolg van minder woningen in beheer door verkoop en sloop (-/- € 1,4 miljoen)
  • Verhoging van de huuropbrengsten door overige mutaties en effect vorige jaren (€ 2,7 miljoen)
  • Verlaging door meer huurderving door leegstand wegens kortere leegstand (-/- € 0,2 miljoen)
  • Verhoging door minder huurderving door oninbaarheid (€ 0,3 miljoen)

De geografische onderverdeling van de bruto huuropbrengsten kan als volgt worden weergegeven:

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
gemeente Borger-Odoorn 8.391 8.082
gemeente Emmen 60.115 58.475
gemeente Groningen 58.009 56.624
gemeente Midden-Groningen 25.134 27.028
gemeente Stadskanaal 27.744 24.721
  179.393 174.930

Opbrengsten servicecontracten

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
overige goederen, leveringen en diensten 7.694 7.954
     
af: vergoedingsderving wegen leegstand ‑96 ‑445
af: vergoedingsderving wegen oninbaarheid ‑31 147
  7.567 7.656

De ontvangen vergoedingen zijn gewijzigd als gevolg van:

  • wijziging inkooptarieven
  • hogere vergoedingsderving wegens leegstand
  • lagere vergoedingsderving wegens oninbaarheid

Lasten servicecontracten

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
stookkosten ‑2.032 ‑2.089
kosten elektra ‑2.081 ‑2.056
waterverbruik ‑631 ‑643
schoonmaken ‑1.306 ‑1.296
service onderhoud ‑484 ‑546
groenvoorziening ‑231 ‑242
diversen ‑863 ‑1.114
  ‑7.628 ‑7.986

Overheidsbijdragen

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
overige overheidsbijdragen 8 7
  8 7

Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
toegerekende organisatiekosten ‑15.836 ‑19.926
  ‑15.836 ‑19.926
specificatie toegerekende organisatiekosten: 2020 2019
personeelskosten ‑25.221 ‑28.107
huisvestingskosten ‑880 ‑887
facilitaire kosten ‑988 ‑1.176
ict kosten ‑3.784 ‑4.142
reorganisatiekosten 182 ‑2.577
algemene kosten ‑2.929 ‑3.143
afschrijvingen activa t.d.v. de exploitatie ‑3.500 ‑3.253
bruto bedrijfslasten ‑37.120 ‑43.285
toegerekende organisatiekosten aan andere activiteiten ‑21.284 ‑23.358
toegerekende organisatiekosten aan verhuur en beheeractiviteiten ‑15.836 ‑19.926

De toegerekende organisatiekosten aan verhuur en beheeractiviteiten zijn gebaseerd op de gehanteerde verdeelsleutels zoals deze in paragraaf 6.3 zijn opgenomen. Deze kosten bestaan onder meer uit lonen en salarissen voor personeel dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed.

Lasten onderhoudsactiviteiten

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
onderhoudslasten (cyclisch) ‑26.719 ‑32.672
onderhoudslasten (niet-cyclisch) ‑22.919 ‑24.702
  ‑49.638 ‑57.374
verdeling onderhoudslasten:    
  2020 2019
planmatig onderhoud (inclusief contractonderhoud) ‑23.649 ‑28.794
mutatieonderhoud ‑4.593 ‑7.119
klachtenonderhoud ‑11.385 ‑11.813
Vervanging keukens/badkamers/toiletten ‑1.095 0
toegerekende organisatiekosten ‑8.916 ‑9.648
  ‑49.638 ‑57.374

De toegerekende organisatiekosten aan onderhoudskosten zijn gebaseerd op de gehanteerde verdeelsleutels zoals deze in paragraaf 6.3 zijn opgenomen. Deze kosten bestaan uit bedrijfskosten en lonen en salarissen welke verband houden met het onderhoud van vastgoed in exploitatie.

Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
gemeentelijke heffingen ‑12.216 ‑11.390
verhuurderheffing ‑15.926 ‑11.298
verzekeringskosten ‑1.108 ‑1.028
overige directe operationele lasten exploitatie bezit ‑1.722 ‑2.224
Toegerekende ov dir operationele lasten exploitatie bezit ‑245 ‑286
  ‑31.217 ‑26.226

9.2 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
voormalige huurwoningen 12.013 10.596
verkoopopbrengst vov 379 219
bedrijfsruimtes 2.512 442
gronden en overig 142 61
  15.046 11.318

De verkoopopbrengst betreft 70 zelfstandige woningen en 30 niet-woongelegenheden (2019: 68 woningen). De door verkoop in 2020 gerealiseerde waardestijging die was begrepen in de herwaarderingsreserve bedraagt € 5,5 miljoen.
 

Toegerekende organisatiekosten verkoop

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
lonen en salarissen verkoopafdeling ‑219 ‑249
overige indirecte kosten ‑210 ‑282
  ‑429 ‑531

Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
boekwaarde huurwoningen ‑8.055 ‑7.461
boekwaarde vov ‑414 ‑171
boekwaarde bedrijfsruimtes ‑2.984 ‑311
boekwaarde overig 0 ‑29
  ‑11.453 ‑7.972

9.3 Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

  2020 2019
overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille ‑2.150 ‑1.846
waardeverandering nieuwbouw in ontwikkeling                    ‑7.727 ‑7.184
waardeverandering verbetering in ontwikkeling                    398 7.923
waardeverandering GREX-projecten in ontwikkeling            ‑4.775 ‑12.031
waardeverandering overige projecten vastgoedportefeuille  ‑48 ‑172
gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille                         ‑141 ‑210
  ‑14.443 ‑13.520

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
DAEB vastgoedbeleggingen in exploitatie 243.321 228.800
niet-DAEB vastgoedbeleggingen in exploitatie 10.430 32.716
DAEB activa ten dienste van de exploitatie 0 20
  253.751 261.536

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
waardering vastgoed verkocht onder voorwaarden 339 223
  339 223

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop 561 227
  561 227

9.4 Netto resultaat overige activiteiten

Opbrengsten overige activiteiten

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
opbrengsten overige activiteiten 357 527
  357 527

Kosten overige activiteiten

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
toegerekende organisatiekosten ‑196 ‑131
  ‑196 ‑131

9.5 Overige organisatiekosten

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
Overige organisatiekosten ‑4.900 ‑6.446
  ‑4.900 ‑6.446

Onder deze post worden de organisatiekosten opgenomen die niet rechtstreeks aan de primaire activiteiten toegerekend kunnen worden. Het betreffen hier o.a. de personele, facilitaire en huisvestingskosten voor de ondersteunende afdelingen van de organisatie (o.a. Bestuur, RvC, HRM, Strategie en beleid, Control en Financiën).

9.6 Leefbaarheid

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
vastgoed / gerelateerde leefbaarheid ‑2.444 ‑3.388
mens / gerelateerde leefbaarheid ‑1.554 ‑1.005
  ‑3.998 ‑4.393

9.7 Saldo financiële baten en lasten

Waardeveranderingen van financiële vaste activa en derivaten

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
waardeverandering embedded derivaten ‑3.503 ‑3.490
financiële vaste activa derivaten ‑14 ‑14
  ‑3.517 ‑3.504

Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
rente op vorderingen 21 16
  21 16

Rentelasten en soortgelijke kosten

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
rente langlopende schulden:    
- leningen overheid * ‑249 ‑934
- leningen kredietinstellingen * ‑27.283 ‑26.795
- derivaten * ‑939 ‑2.222
- overige schulden ‑52 ‑110
     
rente kortlopende schulden    
- kredietinstellingen ‑155 ‑250
- overige schulden ‑142 ‑225
     
af: geactiveerde rente 1.474 396
  ‑27.346 ‑30.140

De gemiddelde rentevoet welke is gehanteerd bij de geactiveerde rente bedraagt 2,81% (2019: 2,38%).


* De hiervoor vermelde rentelast van langlopende schulden kan als volgt worden gespecificeerd:

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
- rentelasten van leningen met een vaste rente ‑27.563 ‑27.838
- rentelasten van leningen met een variabele rente 150 38
- rentelasten / (baten) van rentederivaten met een effectieve hedge relatie ‑939 ‑2.152
  ‑28.352 ‑29.951

9.8 Belastingen

De belastingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
Aanpasssingen voorgaande boekjaren 3.352 714
Latentie afschrijvingspotentieel 0 0
mutatie latente belastingen ‑1.481 ‑4.850
  1.871 ‑4.136

De acute belastinglast is als volgt bepaald:

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
resultaat voor belastingen volgens de enkelvoudige jaarrekening    
  283.505 275.225
Verschillen met fiscaal resultaat:    
Waardeverandering vastgoedportefeuille ‑242.500 ‑248.409
Verschil resultaat projectontwikkeling 0 ‑541
Verschil op fiscale afschrijving op vastgoed ‑10.265 ‑11.366
Afschrijving op embedded derivaten 0 3.504
Disagio op leningen ‑1.002 ‑1.066
Lager fiscaal resultaat op verkoop bestaand bezit 0 ‑3.214
Dotatie/vrijval van voorzieningen 0 2.850
Resultaat liquidatieverlies ‑6.005 0
Fiscaal afwijkende onderhoudslasten ‑3.100 1.176
Renteaftrekbeperking (ATAD1) 9.678 12.862
Diversen ‑560 ‑2.876
  ‑253.754 ‑247.080
belastbaar bedrag voor verliescompensatie 29.751 28.145
fiscale verliescompensatie ‑29.751 ‑28.145
verschuldigd winstbedrag (kasstroom) 0 0
     

Het gemiddelde wettelijke belastingtarief bedraagt 25%. De effectieve belastingdruk ad 0,7% (2019:  -1,5%) wordt veroorzaakt door het onder de latente belastingvordering waarderen van tijdelijke verschillen tegen contante waarde, fiscaal vrijgestelde winstbestanddelen en schattingswijzigingen op voorgaande jaren. Dit betreft onder meer verschillen in de verwerking van resultaten uit projectontwikkeling, afschrijvingen op het vastgoed en de verwerking van interest.


De schattingswijziging van € 3,4 miljoen heeft betrekking op een herziening van de inschatting van de compensabele verliezen voor de jaren 2017 tot en met 2019. Tot en met 2016 zijn de aangiftes definitief geregeld. Voor aangiftejaar 2017 en 2018 is rekening gehouden, samenhangend met de gehanteerde fiscale restwaarde en afschrijvingstermijnen, met een herziening op de eerder ingediende aangifte. Op basis van gemaakte afspraken met de belastingdienst zal de aangifte 2019 voor 1 mei 2021 worden ingediend.

Minder onzekerheden in de fiscale VPB-positie:
Op het gebied van de VPB hebben we door de afgesloten VSO met de belastingdienst meer zekerheid gekregen over onze fiscale positie en de compensabele verliezen. Het afgelopen jaar is door de gemaakte afspraken en opgelegde aanslag 2016 een aanmerkelijk deel van de latente vordering zeker geworden, daar waar we vorig jaar in de jaarrekening hebben moeten toelichten dat er veel onzekerheid in de post belastingen zat. Zowel de afspraken over de fiscale afschrijving 2014-2018 (middels de VSO) als ook de afspraken over 2016 om te komen tot een definitieve aanslag (opgelegd in januari 2021) hebben er toe geleid dat we voor de verliesjaren tot en met 2016 zekerheid hebben. Ook kennen we het effect van de VSO voor de jaren 2018-2020. Alleen het beoogde verliesjaar 2018 staat dan nog open als latente belastingvordering. Met alle aangepaste fiscale resultaten hebben we verliesverdamping weten te voorkomen en deze kan naar verwachting in 2021 en 2022 worden verrekend. 

9.9 Afschrijvingen

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
afschrijving onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie ‑3.500 ‑3.253
  ‑3.500 ‑3.253

9.10 Lonen en salarissen

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
lonen en salarissen ‑18.966 ‑20.322
sociale lasten ‑2.233 ‑3.146
pensioenpremies ‑2.642 ‑2.577
overige personeelskosten ‑1.630 ‑2.061
  ‑25.471 ‑28.106

9.11 Gemiddeld aantal werknemers

Gedurende het jaar 2020 had de corporatie gemiddeld 305,0 fte werknemers in dienst (2019: 321,6 fte). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2019: 0).

9.12 Accountantshonoraria

In het boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht (inclusief btw):

Bedragen x € 1.000

     
  2020 2019
controle van de jaarrekening ‑243 ‑240
andere controlewerkzaamheden (dVi-verantwoordingen) ‑28 ‑25
fiscale advisering 0 0
andere niet-controlediensten 0 0
  ‑271 ‑265

Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij Lefier en de in de consolidatie betrokken maatschappijen zijn uitgevoerd door accountantsorganisaties en onafhankelijke accountants zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. Deze honoraria hebben betrekking op het onderzoek van de jaarrekening over het boekjaar 2020 en 2019, ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht.

9.13 Gebeurtenissen na balansdatum

Tot en met de datum van opmaken van de jaarrekening 2020 hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan.

10. Gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB

1. Balans DAEB / niet DAEB per 31 december 2020

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2020 31-12-2019 31-12-2019
ACTIVA Ref. DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
           
VASTE ACTIVA          
           
materiële vaste activa 8.1        
onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie   17.601 0 19.757 0
           
vastgoedbeleggingen          
DAEB vastgoed in exploitatie 8.2 2.891.699 0 2.660.082 0
niet-DAEB vastgoed in exploitatie 8.2 0 280.489 0 274.893
onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.3 8.698 10.763 7.851 10.108
vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 8.4 39.722 3.136 13.382 8.957
    2.940.119 294.388 2.681.315 293.958
           
financiële vaste activa 8.5        
deelnemingen   0 1 0 1
latente belastingvordering(en)   26.976 1 24.841 266
uitgesteld hedge-resultaat    45.589 0 46.669 0
overige vorderingen fva   164 0 178 0
netto-vermogenswaarde niet-DAEB   221.835 0 205.099 0
interne lening u/g   76.000 0 82.000 0
    370.564 2 358.787 267
           
totaal vaste activa   3.328.284 294.390 3.059.859 294.225
           
VLOTTENDE ACTIVA          
           
voorraden 8.6        
vastgoed bestemd voor de verkoop   0 6.598 0 509
overige voorraden   0 0 0 0
    0 6.598 0 509
           
vorderingen 8.7        
huurdebiteuren   1.905 197 1.423 146
vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen   0 0 0 55
overige vorderingen   554 20 210 22
overlopende activa   3.045 175 1.074 122
    5.504 392 2.708 344
           
liquide middelen 8.8 21 10.982 ‑4.131 4.140
           
totaal vlottende activa   5.526 17.972 ‑1.423 4.992
           
TOTAAL ACTIVA   3.333.810 312.361 3.058.436 299.217

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2020 31-12-2019 31-12-2019
PASSIVA Ref. DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
           
eigen vermogen 8.9        
herwaarderingsreserve   1.982.668 205.099 1.745.326 165.169
overige reserves   37.778 0 4.031 0
resultaat boekjaar   285.375 16.736 271.089 39.930
    2.305.821 221.835 2.020.446 205.099
           
voorzieningen 8.10        
voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen   8.478 0 38.612 0
voorziening latente belastingverplichting   0 0 0 0
overige voorzieningen   1.986 0 1.733 0
    10.464 0 40.345 0
           
langlopende schulden 8.11        
schulden/leningen overheid   6.490 0 6.955 0
schulden/leningen kredietinstellingen   879.744 0 871.731 0
interne lening o/g   0 76.000 0 82.000
verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   7.932 10.447 7.337 9.879
derivaten   14.210 0 10.707 0
financiele leaseverplichtingen   1.075 0 1.466 0
overige schulden   0 369 0 384
    909.451 86.816 898.196 92.263
           
kortlopende schulden 8.12        
schulden aan kredietinstellingen   0 0 6.535 0
schulden aan overheid   465 0 451 0
aflossingsverplichtingen   66.307 0 48.971 0
schulden aan leveranciers   4.601 475 7.996 819
belastingen en premies sociale verzekeringen   5.085 0 5.185 0
schulden terzake van pensioenen   271 0 0 0
overlopende passiva   31.345 3.235 30.311 1.036
    108.073 3.711 99.449 1.855
           

2. Functionele Winst- en Verliesrekening DAEB / niet DAEB over 2020

Bedragen x 1.000

    2020 2020 2019 2019
  ref. DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
huuropbrengsten   161.810 14.645 157.709 14.155
opbrengsten servicecontracten   6.787 780 6.858 798
lasten servicecontracten   ‑6.891 ‑737 ‑7.366 ‑620
overheidsbijdragen   8 0 7 0
lasten verhuur en beheeractiviteiten   ‑14.666 ‑1.170 ‑18.518 ‑1.408
lasten onderhoudsactiviteiten   ‑46.298 ‑3.340 ‑53.904 ‑3.470
overige directe operationele lasten exploitatie bezit   ‑29.342 ‑1.875 ‑24.866 ‑1.360
netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 9.1 71.408 8.303 59.920 8.095
           
verkoopopbrengst vastgoedportefeuille   9.516 5.530 7.906 3.412
toegerekende organisatiekosten   ‑267 ‑162 ‑422 ‑109
boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   ‑6.046 ‑5.407 ‑5.523 ‑2.449
netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 9.2 3.204 ‑40 1.961 854
           
overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille   ‑13.864 ‑579 ‑13.520 0
niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille   243.321 10.430 228.800 32.736
niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden   253 86 168 55
niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop   0 561 0 227
waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.3 229.710 10.498 215.448 33.018
           
opbrengst overige activiteiten   357 0 527 0
kosten overige activiteiten   ‑196 0 ‑131 0
netto resultaat overige activiteiten 9.4 161 0 396 0
           
overige organisatiekosten 9.5 ‑4.549 ‑351 ‑5.992 ‑455
           
leefbaarheid 9.6 ‑3.998 0 ‑4.392 0
           
waardeveranderingen van financiële vaste activa, effecten en derivaten   ‑3.517 0 ‑3.504 0
andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten   1.522 0 1.626 0
rentelasten en soortgelijke kosten   ‑27.438 ‑1.409 ‑30.140 ‑1.610
saldo financiële baten en lasten 9.7 ‑29.433 ‑1.409 ‑32.018 ‑1.610
           
RESULTAAT VOOR BELASTINGEN   266.503 17.001 235.324 39.901
           
belastingen 9.8 2.136 ‑265 ‑4.165 29
aandeel in het resultaat van niet-geconsolideerde ondernemingen waarin wordt deelgenomen   16.736 0 39.930 0
           
RESULTAAT NA BELASTINGEN   285.375 16.736 271.089 39.930

3. Kastroomoverzicht DAEB / niet DAEB 2020

Bedragen x € 1.000

    2020 2020 2019 2019
    DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
Operationele activiteiten          
Huren   160.749 14.645 159.166 14.155
Vergoedingen   7.689 780 7.636 798
Overheidsontvangsten   0 0 0 0
Overige bedrijfsontvangsten   8.501 367 517 0
Renteontvangsten   1.507 0 1.610 0
Saldo ingaande kasstromen   178.446 15.792 168.929 14.953
           
Erfpacht   20 0 36 0
Personeelsuitgaven   26.070 780 24.434 938
Onderhoudsuitgaven   39.005 3.340 46.703 3.470
Overige bedrijfsuitgaven   30.637 2.146 34.177 2.245
Rente uitgaven   28.850 1.409 31.292 1.610
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat   123 9 132 9
Verhuurderheffing   15.456 470 12.039 40
Leefbaarheid externe uitgaven niet investering gebonden   1.253 0 1.617 0
Vennootschapsbelasting   0 0 0 0
Saldo uitgaande kasstromen   141.415 8.154 150.429 8.313
Kasstroom uit operationele activiteiten   37.031 7.638 18.500 6.640
           
(Des)investeringsactiviteiten          
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden   9.193 5.387 8.085 3.412
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) na inkoop in dPi periode   587 0 0 0
Verkoopontvangsten nieuwbouw, woon- en niet woongelegenheden   0 0 0 0
Verkoopontvangsten grond   82 142 1.609 0
(Des)Investeringsontvangsten overig   0 0 0 0
Tussentelling ingaande kasstroom MVA   9.863 5.530 9.694 3.412
           
Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden   43.904 0 13.697 0
Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden   16.686 61 27.432 745
Aankoop, woon- en niet woongelegenheden   0 0 2.893 0
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop   173 0 409 0
Sloopuitgaven, woon- en niet woongelegenheden   2.280 102 2.255 0
Aankoop grond   0 0 1.029 0
Investeringen overig   5.224 0 10.351 0
Externe kosten bij verkoop   27 162 178 109
Tussentelling MVA uitgaande kasstroom   68.294 325 58.244 854
           
Saldo in- en uitgaande kasstromen vastgoedbeleggingen   ‑58.431 5.204 ‑48.551 2.558

Bedragen x € 1.000

Ontvangsten verbindingen   82 0 452 0
Ontvangsten overig   0 0 0 0
Uitgaven verbindingen   0 0 0 0
Uitgaven overig   0 0 0 0
Saldo in- en uitgaande kasstroom financiële vaste activa   82 0 452 0
           
Kasstroom uit (des)investeringen   ‑58.349 5.204 ‑48.099 2.558
           
Financieringsactiviteiten          
Nieuwe door WSW geborgde leningen   75.000 0 85.000 0
Nieuwe niet door WSW geborgde leningen DAEB   0 0 0 0
Nieuwe niet door WSW geborgde leningen niet-DAEB   6.000 0 6.000 0
Tussentelling inkomende kasstromen   81.000 0 91.000 0
           
Aflossing door WSW geborgde leningen   48.796 0 61.516 0
Aflossing niet door WSW geborgde leningen DAEB investeringen   199 0 2.120 0
Aflossing niet door WSW geborgde leningen niet-DAEB investeringen   0 6.000 0 6.000
Tussentelling uitgaande kasstromen   48.995 6.000 63.636 6.000
           
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   32.005 ‑6.000 27.364 ‑6.000
           
Mutatie liquide middelen   10.687 6.842 ‑2.235 3.198
Wijziging kortgeldmutaties   ‑6.535 0 2.323 ‑3.286
           
Liquide middelen per 1-1   ‑4.131 4.140 ‑4.219 4.228
Liquide middelen per 31-12   21 10.982 ‑4.131 4.140

11. Verantwoording Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi publieke sector (WNT)

Overige informatie

Werknemers

Gedurende het jaar 2020 had Lefier gemiddeld 305,0 fte in dienst (2019: 321,6 fte). Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2019: 0).

Bestuurder
De bezoldiging (zogenaamde werkgeverslasten/totale loonkosten) van de Bestuurders in 2020 is € 210.538 (2019: € 181.953) inclusief sociale lasten, pensioenpremie en vakantietoeslag. Het totaalbedrag kan als volgt worden gespecificeerd:

Bedragen x € 1.000

  2020 2019
Beloning 175.631 150.392
Belastbare onkostenvergoeding 350 8
Sociale lasten 9.981 10.773
Beloningen betaalbaar op termijn 24.576 20.781
Totaal 210.538 181.953

Raad van commissarissen

De Vereniging van Toezichthouders bij Woningcorporaties (VTW) heeft in 2015 de 'Code voor de honorering van toezichthouders bij woningcorporaties' opgesteld en in 2017 gewijzigd. 

De WNT2, ingegaan per 1 januari 2015, kent leden en voorzitters van een RvC een hogere maximale vergoeding toe. Aan deze verruiming is door het bestuur van de Vereniging Toezichthouders Woningcorporaties een grens gesteld. De RvC onderschrijft dit voorstel van de VTW, de WNT2 en heeft deze grenzen meegenomen in het besluit honorering 2020 en volgende jaren, zoals dat op 25 november 2016 is genomen. De volgende maxima zijn van toepassing:

Bedragen in € (excl. btw)

  voorzitter lid
Toepasselijk WNT-maximum 30.150 20.100
Bindende beroepsregel VTW 24.150 16.200
Honorering 2019 21.780 14.460
Honorering 2020 22.560 14.970

WNT-verantwoording 2020 Stichting Lefier

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke- en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Stichting Lefier van toepassing zijnde regelgeving: het WNT-maximum voor de woningcorporaties, klasse H.
Het bezoldigingsmaximum in 2020 is € 201.000. Dit geldt naar rato van duur en/of omvang van het dienstverband. Het individuele WNT-maximum voor de leden van de RvC bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum, berekend naar rato van de duur van het dienstverband.

1a. Leidinggevende topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen met dienstbetrekking:

Gegevens 2020    
Bedragen x € 1 E.M Dost M. Drijver
Functiegegevens Bestuurder Adviseur bestuur
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01-31/12 01/01-31/01
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 0,9
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 175.981 12.179
Beloningen betaalbaar op termijn 24.576 1.788
Subtotaal 200.557 13.968
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 201.000 15.075
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.
     
Bezoldiging 200.557 13.968
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.
     
Gegevens 2019    
Bedragen x € 1 M. Drijver MG. van Olffen
Functiegegevens Bestuurder Plaatsvervangend bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2019 07/01-31/12 01/01-06/01
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Vanaf 01/01: 1,0 1
  Vanaf 01/04: 0,9  
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 148.438 2.010
Beloningen betaalbaar op termijn 20.451 330
Subtotaal 168.889 2.340
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 174.570 3.189
     
Bezoldiging 168.889 2.340

1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12:

Niet van toepassing dit boekjaar.

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen:

Gegevens 2020            
bedragen x € 1 E.V. Koenen H.W. van Kesteren L.T. van Bloois W. van Gent H. Donkervoort W. van Olst
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 7/4 - 31/12
             
Bezoldiging            
Bezoldiging 23.153 2.949 15.246 14.970 15.406 11.080
             
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 30.150 3.769 20.100 20.100 20.100 14.684
             
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
             
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
             
Gegevens 2019            
bedragen x € 1 E.V. Koenen H.W. van Kesteren L.T. van Bloois W. van Gent H. Donkervoort -
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid Lid  
Aanvang en einde functievervulling in 2019 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 -
             
Bezoldiging            
Totale bezoldiging 22.600 15.455 15.558 14.809 15.118 0
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 29.100 19.400 19.400 19.400 19.400 0

1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder:

Niet van toepassing dit boekjaar.

1e. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700:

Niet van toepassing dit boekjaar.

1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700 waarop de anticumulatie bepaling van toepassing is:

Niet van toepassing dit boekjaar.

1g. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is:

Niet van toepassing dit boekjaar.

2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen:

Niet van toepassing dit boekjaar.

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT:

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
 

Ruimte t.b.v. ondertekening directeur-bestuurder + RvC

Volgend hoofdstuk: 09 Overige gegevens